De wereld is geen kijkkast, geen museum dat wij kritisch te doorwandelen hebben. Het is de werkplaats, waarop wij zelfhandelend moeten optreden. Leven is krachtuiting en krachtuiting is handelen. Wij moeten leren onze kracht te regelen, te beheersen, tot het doel te richten en de instrumenten tot de daad ons gegeven, hand en vingers, volkomen in onze macht zien te krijgen. Wij moeten het volle genot van ons oog en oor, maar ook van arm en hand hebben. Al onze vingers moeten onze onderdanige en bekwame dienaren zijn - al onze spieren geschikt worden om aan onze wil te gehoorzamen. Al weten wij nog zoveel en wij kunnen niet handelen, dan zijn wij nog maar halve mensen; de mens is niet een louter beschouwend wezen, die slechts goed behoeft te leren opmerken en kijken om de weg door het leven te vinden, hij is een werkdadig en scheppend wezen en zijn faculteiten moeten dus geoefend worden om hem niet alleen ontvankelijk en opnemend te maken, maar hij moet leren verwerken en wedergeven wat hij ontving; hij moet voortbrengen, ontdekken, uitvinden.
Uit Frederik Fröbel door Elise van Calcar