Natte Natuur Noodzakelijk

Jan Binder

18-04-2009


Revisie: 31-07-2009


Achtergronden, inspiratiebron, ervaringen, visie en kritische reacties m.b.t. de ontwikkeling van het 'Landschapspark Buytenland' ten zuiden van de Essendijk.
 
Door persoonlijke omstandigheden ben ik niet in staat geweest mijn verhaal eerder op te schrijven. Sommige  delen van mijn verhaal kunnen hierdoor achter de feitelijke ontwikkelingen van het Landschapspark aanlopen. Mijn excuses hiervoor. 

INHOUD:        

Inleiding        
                        
Achtergrond en inspiratiebron

         a. Historie natuur en cultuur.
         b. Recente ontwikkelingen en de noodzaak van ruimte voor natuur.

Afweging van mijn keuze

         a. Primaire reactie
         b. Secundaire reactie
         c. Onbetrouwbare combinatie overheden, projectontwikkelaars en
             grondeigenaren.
         d. Overige verstorende processen in het huidige polderlandschap.
         e. Mooie akkers of mooie natuur.

Kritische reacties op argumenten van voorstanders van economisch rendabele landbouw.        

Conclusie        
Nawoord                            

     

                          


Inleiding
Bij de ontwikkeling van het 'Landschapspark Buytenland' is het een gevecht om belangen. Er lijkt echter één gemeenschappelijke noemer te zijn: we willen allemaal rust, groen en ruimte. Over de realisering daarvan heeft elke groepering, elke instantie en elk individu, vanuit zijn eigen achtergrond en inspiratiebron, een  mening. Ik heb er vele gelezen en gehoord. Onderstaand de mijne in de hoop dat het een bijdrage mag zijn aan enige nuancering van de standpunten. Dat is nodig want de vaak eenzijdige berichtgeving van lobbyisten, die voor het behoud van economisch rendabele landbouw in de polders zijn, is  in diverse media nogal prominent aanwezig. Zij claimen bovendien een draagvlak onder de bevolking dat m.i. op drijfzand is gebouwd, terwijl ze zich er niet van weerhouden om de Provincie en het Zuid-Hollands-Landschap er categorisch van te beschuldigen geen rekening te willen houden met de meerderheid. Daarnaast wil ik wijzen op het gevaar dat sommige grondeigenaren er direct belang bij kunnen hebben om hun land nu commercieel agrarisch te houden om het over een aantal decennia alsnog als dure bouwgrond aan projectontwikkelaars te kunnen verkopen.  Commercieel agrarische grond heeft immers weinig natuurwaarde en de druk om woningen in de Randstad te bouwen blijft hoog. Grondeigenaren en projectontwikkelaars pakken dan de winst en de polderminnende gemeenschap heeft het nakijken.
Tevens wil ik een lans breken voor de Natte Natuur, die wereldwijd ernstig bedreigd wordt
en waarvan het herstel op dit moment een groter maatschappelijk belang dient dan de voedselproducttie in de landbouw. Wij kunnen, met de komst van Natte Natuur in de polders, daar een klein steentje aan bijdragen.



Achtergrond en inspiratiebron

a. Historie natuur en cultuur.
 
In de oertijd bepaalde de natuur de agenda van de mensen. De natuur was zowel de bron van onze gevaren als van ons voedsel. We zochten beschutting en bescherming in holen. Voor ons voedsel jaagden we op dieren en we verzamelden de eetbare  wortels, bladeren en vruchten van de planten. Dat kostte veel energie. Omdat energieverspilling bij de oermens waarschijnlijk ook al een drijfveer voor creativiteit was, bedachten we iets nieuws: 'het hekje'.
We plaatsten hekjes rondom onze holen, verzamelden eetbare planten uit de natuur en pootten die binnen de hekjes. De on-(gewenste) kruiden  smeten ze de andere kant op.  Gevaarlijke wilde dieren werden buiten gehouden en nuttige dieren gedomesticeerd. De eerste  gewasbeschermers,  landbouwers en veetelers waren daarmee een feit. In de natuur ontstonden steeds meer van die kleine 'eilandjes' waarbinnen menselijke activiteiten plaats vonden. Ter onderscheiding van de natuur  werd de grond binnen de hekjes 'cultuurgrond' genoemd.
De ontwikkeling van cultuurgrond bleek  een succesformule. We verzekerden ons daarmee van voedsel  en veiligheid en er kwam voor ons meer tijd om nieuwe dingen te ontwikkelen. En als natuurrampen of oorlogen niet al te verwoestend uithaalden konden de overlevenden met hun bezittingen in de loop der millennia goed gedijen. De holen werden hutten. Hutten werden huizen. Sommigen bouwden kastelen.

Door technische vooruitgang, vooral na de industriële revolutie, werden steeds meer stedelijke-, industriële- en landbouwgebieden veroverd op de natuur. Voor ons Delta-gebied betekende dit dat de polders maar groeiden en groeiden. De vrije  loop van de rivieren werd steeds meer teruggedrongen tot deze uiteindelijk klem kwam te zitten tussen twee dijken met oevers van basalt.

De wederopbouw na de 2e wereldoorlog gaf ons de welvaart waar we zo naar verlangden. Onze behoeften werden bevredigd en meer dan dat. We ontleenden ook status aan onze welvaart en daar mocht heel wat voor wijken. De ontwikkelingen gingen in een sneltreinvaart. De industrie, woningbouw en infrastructuur slokten onze polders op en wat er nog aan agrarisch gebied over was kwam veelal in handen van speculanten die geen enkel agrarische belang hebben. Bovendien dwong ons economisch systeem, waarbij geld een eigen leven ging leiden en banken het voor het zeggen kregen, de boeren om uiterst efficiënt met hun grond om te gaan. Gevolgen: ruilverkavelingen en akkers die tot het uiterste randje van de sloot moesten worden benut. Arbeidsloon werd onbetaalbaar en mechanisering en bestrijdingsmiddelen deden het werk. De natuur werd het grootste slachtoffer en verbannen naar de randen van onze cultuur.

b. Recente ontwikkelingen en de noodzaak van ruimte voor natuur.

De huidige ontwikkeling van het 'Landschapspark Buytenland' vindt plaats in het kruispunt van roerige tijden op het gebied van economie, natuur en milieu. Oude waarden zijn niet meer zeker. De harde zakenlui die vroeger neerkeken op de zweverige geiten-wollen-sokken-types worden nu ontmanteld als emotionele handelaren in gebakken lucht en topmensen uit de bankenwereld lijken de nieuwe schlemielen van de samenleving te worden.
We hebben de laatste decennia ons geld, onze goederen maar ook de natuur en het milieu ten onrechte gebruikt als een onuitputtelijke 'productiefactor' in plaats van een 'kapitaalgoed' waar je zuinig mee om moet gaan. We hebben daarmee een slang  gecreëerd die zijn staart al bijna tot de darmen heeft opgegeten en op het punt staat zichzelf uit te kotsen: een enorme krediet- en klimaatcrisis en een  gigantische natuur- en milieuproblematiek. De hebzucht staat ter discussie.

Christelijke waarden (rentmeesterschap), uitspraken van Ghandi (Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht) en - als ik mij goed herinner - de woorden van de dichter Adriaan Morriën (de grote denkfout die westerse mensen maken  is dat ze denken dat ze pas heel wat zijn als ze heel wat hebben), komen weer boven drijven en gaan misschien weer een rol spelen bij ons economisch denken en handelen (de economie van het genoeg) en onze houding t.o.v. natuur en milieu.

Maar voorlopig zitten we met de gebakken peren. Dezelfde hebzucht, die tot voor kort een oververhitte economie veroorzaakte, zorgt nu voor stagnatie omdat we met onze kont op ons kapitaal blijven zitten. Het schiet niet op. Niettemin, economie is manipuleerbaar en met wat geschuif van duizenden miljarden, in combinatie met verstandige besluiten, geduld en tijd, kunnen we het spook van de economische recessie vast wel weer in de fles terug krijgen.

De natuur en het milieu ontwikkelen zich meer autonoom en reageren helaas veel weerbarstiger op onze hebzucht.

Een paar overbekende voorbeelden:
- De energievoorraden die in miljarden jaren in onze aardkorst zijn opgebouwd en in een eeuw tijd onze atmosfeer in worden geslingerd kun je niet zo makkelijk 'als een spook in een fles terug stoppen'(denk aan de actuele CO2-opslagproblematiek in Barendrecht en Rhoon).
- Door zeestromingen verzamelt zich op een vaste plek in de Stille Oceaan een niet te verwijderen afvalberg, of beter gezegd afvalzee ('The Plastic Archipel') ter grootte van Frankrijk, Spanje en Portugal samen.
- Zeeën en oceanen worden leeggevist en diersoorten sterven uit.
- Onze oerbossen verdwijnen  in hoog tempo (Indonesië: 300 ha per uur / Brazilië: 22 ha per seconde) en als we daar zo door mee blijven gaan zijn er binnen afzienbare tijd nog slechts enkele, afgeschermde gebieden oerbos over en zal de wereld er uit gaan zien als de contramal uit de oertijd: hekjes om de natuur i.p.v. om de cultuur.

Dit soort natuur- en milieuverwoestende processen draai je niet zo makkelijk weer terug. Het tempo van het aanpassings- en regeneratievermogen van de natuur is moeilijk te beïnvloeden. Wat we zaaien zullen we grotendeels oogsten. Helaas beginnen we meestal pas te protesteren bij het oogsten (CO2-opslag Barendrecht) en niet bij het zaaien (als we b.v. onze  auto starten). En net als in de economie zullen we de volle omvang pas realiseren als we de natuur- en milieucrisis aan de lijve ondervinden.

"Dan gaan we toch gewoon met z'n allen naar de donder", zei iemand laatst tegen mij, waarmee aangetoond hoe hardnekkig en verschrikkelijk cynisch wij kunnen zijn.

Het klinkt voor sommigen misschien paradoxaal, maar bij natuur- en milieubescherming staat de bescherming van de mens centraal. De natuur redt zichzelf uiteindelijk wel. De natuur heeft de tijd, kan de klappen van de zweep opvangen, zoekt zijn eigen uitweg, slaat soms keihard terug en ontziet daarbij de mens niet. Dat is, hoe paradoxaal ook hier weer, een troost. De natuur is een onstuitbare oerkracht die, linksom of rechtsom, doordringt tot alle hoeken van ons bestaan. Wie de agenda van de natuur niet kent en zijn plek daarin niet weet of er tegenin gaat, verliest het. 

Enkele voorbeelden:
- De hongersnood in China (30-40 miljoen doden) tijdens de Culturele Revolutie
- De opwarming van de aarde met  een stijging van de zeespiegel en dreigende
  overstromingen als gevolg.
- De vervuiling van het land, de zeeën en oceanen (tienduizenden pesticiden) dringt door
  in al ons voedsel waardoor onze gezondheid een groot gevaar loopt. 
- De wereldwijde achteruitgang van de  biodiversiteit, die de basis is van de
  levensfuncties van de mens, vormt een risico voor de huidige en toekomstige generaties.

Of, dichter bij huis:
- De gifbelt bij de Rhoonse Grienden en de Golfbaan kosten een vermogen om op te ruimen.
- Bestrijdingsmiddelen en bemesting tasten het grondwater en de bodem aan.
- De mogelijke veiligheidsrisico's  t.a.v. de toekomstige CO2-opslag onder Barendrecht en
  Rhoon.

In deze tijd kan de milieuproblematiek niemand meer ontgaan.



Afweging van mijn keuze

a. Primaire reactie

Uit wat ik tot nog toe hierboven schreef kunt u afleiden dat de plannen van het Zuid-Hollands Landschap met onze polders (getijden gebied/natte natuur) mij erg welkom waren.
Ik zag echter ook voordelen voor het behoud van de bestaande polders, te weten:
- Niet weer jarenlang van die graafmachines om ons heen. Heel Nederland staat al vol met gravende machines met veelal een grote landschappelijke verrommeling tot gevolg. Deze gedachte sloot mooi aan bij het gemeentelijk beleid om van Albrandswaard een 'beheergemeente' te maken. D.w.z. niet meer zo veel nieuwe projecten ontwikkelen. Rust in de tent.
- Het agrarische gebied voldoet in zekere mate aan de behoefte aan diversiteit in ruimte en tijd: het is een nog betrekkelijk stil, groen en karakteristiek gebied, dat ons herinnert aan één van de basisvoorwaarden van ons bestaan (de voedselvoorziening), en vormt een tegenpool van de alsmaar voortschrijdende industriële ontwikkelingen in de regio Rijnmond.
- Mijn liefde voor het agrarische land en de spontane actie van mijn broer voor het behoud en herstel van de polders  met daaraan gekoppeld de duurzame status van 'Cultureel Erfgoed', trok mij over de streep: ik zette mijn handtekening voor het behoud van de polders zoals ze nu zijn.


b. Secundaire reactie

Na de handtekeningenactie kwamen er echter allerlei maatschappelijke krachten op gang die knaagden aan de polders met als resultaat een Albrandswaardse Variant, waarin nog maar een kwart van het agrarisch gebied over bleef.  Daar hadden die 5000 mensen hun handtekening niet voor  gezet. Voor de Albrandswaardse Variant was dus eigenlijk geen mandaat. Desondanks ging de hele Albrandswaardse politiek en lobbyclubs als de PPA, de Ver. Carnisse Grienden  etc. er met onze handtekening vandoor, waar eigenlijk alleen de boeren, met hun 'Boerenvariant'(agrarische polders met recreatieve toevoegingen), recht op hadden.

Echter, voor een garantie dat de polders in de toekomst ook echt open en agrarisch blijven, bieden de tegenstrijdige verhalen vanuit de boerenbevolking zelf te weinig zekerheid. Sommige boeren voeren namelijk actie om de polders agrarisch te houden terwijl ze tegelijkertijd aangegeven dat er op het Eiland IJsselmonde geen toekomst is voor economisch rendabele landbouw. Bij een autonome ontwikkeling zal naar verwachting het huidige landbouwareaal (600 ha.) met ongeveer de helft afnemen. Wat zal er in de toekomst gaan gebeuren met die andere helft landbouwgrond? De geschiedenis toont aan dat de liefde voor het landschap en de kracht waarmee sommige boeren nu hun landbouwgrond verdedigen een stuk minder wordt  indien hun grond voor hoge prijs verkocht kan worden t.b.v. woningbouw (Vinex / Essendael / Rand van Rhoon), bedrijven of infrastructurele projecten. Een prominent pleitbezorger van het behoud van de agrarische polders  vertelde mij zelfs dat, als hij boer zou zijn en een goede prijs voor zijn grond zou krijgen, het hem verder niets zou interesseren wat er na de verkoop met de grond zou gebeuren. Je kunt je afvragen wat zijn strijd voor behoud van de landbouwgronden  t.b.v. de boeren en de bevolking dan nog waard is.

Dezelfde dubbelzinnige houding, waarbij principes al gauw voor geld worden verloochend, zien we ook bij projectontwikkelaars. In het bruine kader op blz. 21 van ons 'gratis' verstrekte boek 'Carnisselande / Portland in 12 verhalen' kunnen we openlijk lezen hoe de projectontwikkelaars in een zeer vroeg stadium landbouwgronden aankopen en grondposities innemen om later bij de gemeente bouwclaimovereenkomsten af te kunnen dwingen. De doorgaans vurige pleitbezorgers voor vrije markteconomie maken zodoende vrije concurrentie onmogelijk, zetten gemeenten onder druk en kunnen de prijzen dicteren.

Ons mooie polderlandschap is de klos. Ligt hier geen taak voor de NMA?

Als ik al dit soort berichten lees krijg ik wel eens sombere en cynische gedachten en zie ik gretige projectontwikkelaars met grote zakken geld staan zwaaien voor het hek van noodlijdende boeren, ongeduldig hopend dat de overheden zullen luisteren naar de voorstanders van het behoud van agrarische grond. Voorstanders, die over aantal decennia er achter komen dat ze toch weer bedrogen zijn en bij diezelfde overheid gaan protesteren omdat er in 2009 toch beloofd was dat……….etc. Dat deze sombere, cynische gedachten bewaarheid kunnen worden is niet geheel ondenkbeeldig (lees punt 3 hieronder) en kunnen we maar beter vóór zijn.

Als we ons bij dit sombere scenario ons ook nog realiseren dat de huidige agrarische grond maar beperkte natuurwaarde heeft en dat er landelijk - vooral in het Rijnmond gebied - een grote schaarste is aan bouwpercelen t.b.v. exclusieve landgoederen voor de 'captains of industry' en  overige welgestelde mensen, dan is een rekensom snel gemaakt: een gebied met hoogwaardige natuur vormt een veel sterker tegenwicht tegen al deze krachten.

Dat geldt in hoge mate ook voor natuurakkers omdat deze veel meer een eenheid vormen met de natuurlijke omgeving en veel duurzamer zijn dan de huidige commerciële akkers. Eigenlijk zijn ze ook commercieel rendabeler als we alle milieukosten van de bestaande vervuilende intensieve landbouw in onze voedselprijzen eerlijk zouden doorberekenen en niet op het bordje van de toekomstige generaties zouden deponeren.
Natuurakkers komen ook meer tegemoet aan onze  behoefte aan beleving van het agrarisch cultuurlandschap in de omgeving. De oppervlakte aan natuurakkers ten zuiden van de Essendijk zou echter beperkt moeten blijven zodat het landschap niet te veel versnipperd. Hoogwaardige natuur vraagt immers om een robuuste schaal zodat rust en ruimte gewaarborgd blijven.


c. Onbetrouwbare combinatie overheden, projectontwikkelaars en grondeigenaren.

Dat maatschappelijke krachten, die een negatieve invloed hebben op ons landschap, groot kunnen zijn heb ik gemerkt bij de ontwikkeling van plan Essendael. Lees en huiver.
Alle overheidsniveaus (Nota Ruimte/RR2020/Structuurvisie Albrandswaard) onderschrijven de doelstelling dat 'de onderscheidende identiteit van ons landelijke dorp t.o.v. de verstedelijkte regio Rotterdam moet worden versterkt'. Op grond daarvan had Plan Essendael er dus eigenlijk nooit mogen komen. Nu de wijk er echter toch komt zou je mogen verwachten dat alle zorgvuldigheid wordt betracht m.b.t. het inpassen van de wijk in het overgangsgebied tussen dorp en landschap. Dat leek aanvankelijk ook zo. Er werd een plan  gepresenteerd waarbij slechts één ranke toren van max. 18m. hoog in het midden en laagbouw langs de randen van het plan zou komen. De transparante overgang van dorp naar landschap  zou daarbij worden  gerespecteerd. Merkwaardig genoeg blijkt de bouw in de praktijk precies het tegenovergestelde te zijn van de plannen: een ruim 150m. lange muur van 3½ tot 5½ verdiepingen hoog en woontorens juist aan de randen van het plan. Laagbouw in het midden. Bij navraag hoe zo'n omslag kon plaatsvinden, was de voormalig wethouder RO Dhr. D. Roelse van mening dat hij nooit aan ons beloofd had dat de hoogbouw in het midden van het plan zou komen. Eenvoudige navraag bij zijn naaste ambtenaren en raadsleden (heb ik wel gedaan) zouden zijn mening echter snel hebben kunnen doen veranderen. Enkele raadsleden verstrekten mij daarbij ongevraagd kwalificaties over de handelswijze van de wethouder die omgekeerd evenredig waren met de speerpunt van zijn beleid, te weten: communicatie met de burgers en inwonersparticipatie.

Ter illustratie van de vele misleidingen zal ik enkele voorbeelden, die betrekking hebben op de uitstraling van de bebouwing op de polders, wat meer gedetailleerd omschrijven.
Met veel trots is in 2005 door onze voormalige wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling de door adviesburo BRO  opgestelde 'Structuurvisie Albrandswaard' gepresenteerd. Het is een strategische beleidsdocument voor de gemeente t.b.v. alle ruimtelijke ontwikkelingen in Albrandswaard. Bij het eerste bouwproject na de presentatie, het plan Essendael, vormde de 'Structuurvisie Albrandswaard' dan ook meteen een kader waarbinnen de ontwikkelingen van Essendael zouden plaatsvinden.

In de Structuurvisie  staat o.a. het volgende:
- Behouden en versterken van de historische verankering van Rhoon met het omringende
  authentieke polderlandschap
.
- Waarborgen van de onderscheidende identiteit van ons landelijke dorp t.o.v. de
  verstedelijkte regio Rotterdam
.
- Uitgangspunt bij de bebouwing is de wens van de gemeenteraad om qua structuur en schaal
  aan te sluiten op de bebouwing die reeds in Rhoon aanwezig is.

Je zou verwachten dat het gemeentebestuur zijn eigen Structuurvisie serieus zou nemen, maar  het tegendeel bleek waar. Kom nu eens kijken wat er gebeurt langs de Essensdijk. Er staan gewoon lange flatgebouwen van 3½ tot 5½ verdiepingen als een barrière tussen dorp en platteland. En tussen die flats en de Essendijk moeten ook nog eens 4 woontorens worden gebouwd. Aanvankelijk wilde onze voormalig wethouder RO deze 4 woontorens zelfs 8 verdiepingen hoog maken. Nu denken het adviesburo BRO en ik (en u denkt dat waarschijnlijk ook) dat die 'Historische verankering van Rhoon met het omringende agrarische landschap'  zich juist kenmerkt door een organisch gegroeide losse structuur van aan dijken gelieerde bebouwing, bestaande uit boerderijen, huizen met schuren en erven (met elk een eigen identiteit) dat langzaam uitwaaiert richting het steeds groener wordend platteland. Maar dat zien wij wellicht toch verkeerd, want onze voormalige wethouder is van mening dat het typisch kenmerk van de overgang van Rhoon naar het omringende landschap bestaat uit allemaal flatgebouwen en 8 verdiepingen hoge woontorens. En aangezien in het bestemmingsplan staat dat de nieuwbouw van plan Essendael 'qua structuur en schaal moet aansluiten bij de bebouwing die reeds in Rhoon aanwezig is', moeten hier dus ook flatgebouwen en 8 verdiepingen hoge woontorens worden gebouwd. We zullen hem missen. Op mijn vraag aan adviesburo BRO om de wethouder tot andere inzichten te brengen kreeg ik helaas geen antwoord. Later begrijp je waarom: de gemeente is opdrachtgever van adviesburo BRO bij de Centrum Ontwikkeling Rhoon. Typisch geval van: wiens brood men eet, wiens woord men spreekt.

Nu zag de gemeenteraad de overgang van dorp naar landschap toch weer iets anders dan de voormalig wethouder en besloot dat de woontorens geen acht verdiepingen, maar max. 18 meter hoog mochten worden. De wethouder had deze boodschap begrepen en deed er nog een schepje bovenop door te beloven dat t.b.v. de in het bestemmingsplan vereiste 'transparante overgang tussen dorp en platteland', de woontorens rank en slank zouden worden en elk maximaal 14 appartementen mochten bevatten. Nu denk ik (en u denkt dat waarschijnlijk ook) dat als je 18 meter hoge flats een rank en slank uiterlijk wil geven, de lengte en breedte toch niet veel meer dan zo'n 10 meter moet zijn. Maar dat zien wij wellicht toch verkeerd. De wethouder noteerde in het bestemmingsplan een maximale bebouwingsoppervlakte van 1500 m2 (= L. 38 m. x Br.38 m.) per woontoren. We zullen hem missen.

De projectontwikkelaar, niet gehinderd door enige democratische besluitvorming, gaf mij bovendien te kennen dat er, i.p.v. door de gemeenteraad vastgestelde 14, tussen de 15 en 20 appartementen per woontoren zullen worden gebouwd. In de nieuwste maquette van de projectontwikkelaar wordt de open ruimte tussen de woontorens bijna gehalveerd t.o.v. de oorspronkelijke maquette en wordt ook nog eens - en passant -  een flatgebouw van 3½ tot 5½  verdiepingen hoog in lengterichting van de dijk gedraaid terwijl op de oorspronkelijke maquette toch duidelijk lage bebouwing haaks op de Essendijk stond. De in het bestemmingsplan vereiste 'transparante overgang van landschap naar dorp' en de doelstelling om 'de afstand tussen bebouwing en Essendijk zo groot mogelijk te houden', worden daarmee meteen weer gefrustreerd. 

Het zal me niet verbazen als de voetbalvelden, grenzend aan de flatgebouwen in de toekomst plaats zullen maken voor gelijksoortige bebouwing. Het visitekaartje van Rhoon krijgt dan nog meer een stedelijk karakter. De te verwachten miljoenen bezoekers uit Rotterdam, die de stad eens willen ontvluchten en die 'een onderscheidende identiteit van ons dorp t.o.v. de verstedelijkte regio Rotterdam' was beloofd en fietsend vanuit de polder ons dorp benaderen, zullen dan 2 x bedrogen uitkomen: ze willen naar het agrarische dorp Rhoon fietsen, zien aan het type bebouwing dat ze waarschijnlijk toch in Hoogvliet of weer in Pendrecht zijn beland om vervolgens toch het naambordje 'Rhoon' tegenkomen.
Dit soort ruimtelijke verrommeling brengt verwarring en chaos teweeg en tast de identiteit van ons dorp aan. Een historische fout die m.i. vergelijkbaar is met de doorsnijding van ons dorp door de Groene Kruisweg en de metro. De negatieve impact op de leefbaarheid van de regio, en dus ons welzijn, is groter dan menigeen denkt en wordt wellicht duidelijk aan de hand van het volgende voorbeeld:

In vijftiger jaren waren de plannen van de gemeente om de historische huizen tegenover het Kasteel van Rhoon te vervangen door platte bungalows en de Dorpsdijk ter plekke te asfalteren. We kunnen het ons nu nauwelijks meer voorstellen, maar dat was toen mode. Eén van deze bungalows (naast het Wapen van Rhoon) was al gebouwd toen men zich realiseerde dat hier wellicht toch een historische blunder werd begaan, waarna de verdere ontwikkelingen gelukkig werden stopgezet. Tegenwoordig is deze historisch kern van Rhoon ons visitekaartje en een toplocatie voor ons uitgaansleven en de commercie.

De manier waarop plan Essendael is ontwikkeld is overigens geen uitzondering op het landelijke beleid dat eind vorige eeuw is ingezet op instigatie van het liberale smaldeel van ons politieke spectrum, te weten: decentraal beleid m.b.t. bestemmingsplannen, geen betutteling, geen overheidsbemoeiingen. Gevolgen: iedere gemeente ging zijn eigen plannen ontwikkelen (bedrijfsterreinen, woonwijken etc.). Projectontwikkelaars grepen hun kansen en bekokstoofden hun plannen met wethoudertjes (zoals zij in het programma 'landroof' kleinerend werden genoemd) met slappe knieën en gemeenteraadsleden. Dit ging niet zelden gepaard met luxe diners in kastelen, waarbij bij elke hap stiekem een stuk kritiek werd ingeslikt op degene die de rekening van het etentje betaalde.
 
(Groot-)grondbezitters en boeren reageerden ook happig en waren weinig kritisch als zij  hun gronden voor een lucratieve prijs aan projectontwikkelaars konden verkopen. 

Consequentie: Het Nederlandse landschap verrommelde in hoog tempo en het kost de huidige rijksoverheid de grootste moeite dit tij te keren (zie: Nota Ruimte / deel 4).

Het gevaar is groot dat 'Landschapspark Buytenland' ook slachtoffer wordt van dit soort praktijken.


d. Overige verstorende processen in het huidige polderlandschap.

Behalve plan Essendael zijn er nog veel meer ontwikkelingen gaande die de identiteit van  het karakteristieke agrarisch landschap aantasten en/of onverenigbaar zijn met de doelstelling rust, groen en ruimte.

Enkele voorbeelden:
- Tijdens een lezing over onze polders pleitten de schrijvers Jan Brokken en Frank Westerman voor het behoud van een, in mijn ogen, te romantisch voorgesteld agrarisch dorp tussen de boerenakkers. Hun prachtig verwoorde verhalen riepen bij mij een beeld op van een nostalgisch landschap zoals Wim Sonneveld schetste in zijn lied 'Het Dorp' en de schoolplaten van Jetses. Dit beeld is echter verouderd. Boeren van nu zijn managers geworden van grote, (éénmans-)bedrijven, veelal financieel afhankelijk van banken, onderbetaald, gedwongen tot schaalvergroting, ruilverkavelingen en een uiterst efficiënte bedrijfsvoering met zwaar materieel. In de Albrandswaardse Variant is hooguit plek voor 1 of 2 van dit soort boerenbedrijven. De Dijken en huizen dicht langs de dijken trillen onder de last van de zware landbouwmachines en bulktransporten van soms wel 50 ton. Het past niet meer in het jasje van de polders.
- Het ontbreken van een ontsluitingsweg bij de aanleg van de Vinexwijk Portland en Carnisselande, de aanleg van de defensieleiding etc. veroorzaakten eveneens veel schade, onrust en gevaarlijke situaties op de Essendijk. Omdat de Essendijk nog steeds als sluiproute wordt gebruikt blijft de overlast groot. Verbodsbepalingen voor vrachtverkeer helpen niet veel. Toezicht op naleving van de regels (60 km per uur /gew. Max. 4.8 ton per as / breedte max. 2,20 m.) heeft geen prioriteit bij de overheid. Het raceseizoen voor motoren is weer begonnen. Veel racers beschouwen de dijk als een verbeterd circuit van Assen en scheuren als oorverdovende straaljagers tussen de bomen door. De 'Harley Davidson'-types rijden rustiger, maar maken het ploffende kabaal dat je beter met  helikopters kunt vergelijken. Bij mooi weer in de weekenden en/of tijdens toeristische drukke dagen is de Essendijk vol met wandelaars, hardlopers, (race-)fietsers, skeelers, ruiters, menners, (race-) motoren, cabrioletten, (antieke) auto's  etc. al dan niet in clubverband. Het is te veel.
- Tijdens de afgelopen vorstperiode wandelden twee druk pratende dames nietsvermoedend met hun los lopende hond door de Zegenpolder met als gevolg dat de helft van de 900 zwaarlijvige ganzen ten koste van grote inspanning moesten wegvluchten. Ook dat werd door de dames helaas niet opgemerkt. De verstoring van de rust door de plezierjacht is nog vele malen groter. Het toont aan hoe kwetsbaar het open landschap is voor betreding door mensen. Het toelaten van mensen in hoogwaardige natuur is een contradictio in terminis. Om de gewenste diversiteit tussen stad en platteland te vergroten zou de aanwezige gradiënt van menselijke activiteiten en bevrediging van behoeften tussen de Koopgoot in hartje Rotterdam en de polders ten zuiden van de Essendijk moeten worden versterkt. Dit kan door in die polders de natuur de agenda te laten bepalen, uitkijkposten op de dijken te situeren en alleen mensen toe te laten onder begeleiding van een gids. Geen vissers, kanoërs, wandelaars, picknickers, zwerfvuil etc. Minder is meer. De kwaliteit van het natuurgebied zal alleen maar toenemen.
- Achter ons huis wordt de polder geëxploiteerd als een soort attractiepark t.b.v. de skydivers. Het parachutespringen vindt juist plaats bij weersomstandigheden die iedereen naar buiten lokt. Rustig is het buiten dan nooit. Om het half uur hoor je het kabaal van het vliegtuig. Het geflapper van fluoriderend gekleurde valschermen staat in schril contrast met de rustige, groene achtergrond en gaat niet zelden gepaard met het geschreeuw van de skydivers alsof ze in de Python in de Efteling zitten. Het af- en aanrijden hun auto's en de hordes mensen verstoren de rust. Ontheffing op de agrarische bestemming is nooit verleend. Illegaal gebouwde opstallen tasten het agrarische landschap aan.
Uiteraard gunnen we ieder hun plezier, maar als we een stiltegebied willen creëren zullen we in een dichtbevolkt gebied keuzes moeten maken en alleen gebiedsgebonden activiteiten moeten toelaten die de doelstelling ondersteunen.
- Er bestaat een mogelijkheid dat bij handhaving van intensieve, commerciële landbouw in de toekomst onze open polders veranderen in dichte populierenbossen als de kap van tropisch hardhout verboden wordt en de bestaande techniek van drogen en persen van populierenhout (om dezelfde eigenschappen te verkrijgen als hardhout)financieel aantrekkelijk wordt.
- Niet agrarische gebonden bedrijven, bestaande boerderijen die in maneges veranderen of worden opgekocht t.b.v. woonboerderijen, de golfbaan, luxe villa's die de laatste tijd als paddestoelen uit de poldergrond vliegen. Dit zijn allemaal vreemde elementen die niet in het oorspronkelijke agrarische polderlandschap thuis horen.

In RR2020 wordt de keuze voor landelijk wonen t.b.v. de industriëlen (lees landgoederen)  als voorwaarde gesteld voor de ontwikkeling van een hoogwaardige economie. De Rand van Rhoon lijkt hier geschikt voor.

Het is duidelijk, het agrarische karakter is nu al in hoog tempo aan het verdwijnen en de polder zal steeds meer betekenis krijgen als recreatiegebied en als statusverhogende entourage voor de rijkere mensen. Eigenaren van commercieel rendabele agrarische gronden kunnen deze opmars niet weerstaan. Natuurgebieden (en evt. natuurakkers) wel. 


e. Mooie akkers of mooie natuur.

Van schoonheid is sprake als we bij de waargenomen verschijnselen een gevoel van troost  wordt ervaren. Het beeld klopt. Er is harmonie en rust. Chaos en onrust zijn het tegenovergestelde.

In een polderlandschap passen de landschappelijke elementen (dijken, akkers omringd door sloten, windsingels, boerderijen, het agrarische dorp) in tijd en ruimte bij elkaar en vormen een landschapstype met een duidelijk herkenbare gedateerde structuur. Die herkenbaarheid geeft rust. Het beeld klopt.
 
Tot voor 50 jaar stonden midden in ons dorp nog veel boerderijen met landerijen die daar nog direct bij aansloten. Daarna veranderde Rhoon van een agrarische- naar een forensengemeente en werden de open groene ruimtes tussen de dijken in hoog tempo dichtgemetseld. Met de komst van plan Essendael en de te verwachten landgoederen, recreatieve voorzieningen etc. zal die herkenbare relatie tussen dorp en platteland definitief worden doorgesneden. De eenheid is weg. Door dit soort inbreuken op herkenbare structuren verrommelt het landschap hetgeen als lelijkheid wordt ervaren.
Het laatste restje agrarische identiteit staat met de ontwikkeling van 'Landschapspark Buytenland' nu ook onder grote druk. Weer veranderingen, onzekerheden en onrust. Dit roept nagenoeg altijd tegenreacties op die neigen naar conservatisme. Houden wat we nog aan schoonheid hebben.

Echter, de intensieve landbouw (de Albrandwaardse- en Boerenvariant) biedt geen enkele garantie om het laatste restant aan agrarische waarden voor de toekomst te behouden. Daarmee is m.i. het omslagpunt bereikt: we moeten de bedreigde schoonheid van de akkers ten zuiden van de Essendijk durven in te leveren voor de gegarandeerde schoonheid van de natuur. Een natuur die niet gebiedsvreemd is, maar uitgaat van de bestaande omgevingsfaktoren (bodem/water) en daardoor de beste aansluiting vormt bij de oorspronkelijke rivierdelta van na de ijstijd, de Oude Maas en de latere Grienden.

Een krachtig landschap waarbij harmonie en rust zijn gewaarborgd. Een zoet klei-oermoeras dat ons herinnert aan het oorspronkelijke estuarium (moerasbossen), waarin onze voorouders zich lang geleden gevestigd hebben. Een landschapstype dat qua tijd en ruimte weer een eenheid vormt. Een interessante, rijke natuur die we mogen bewonderen, waarin we ons kunnen verwonderen. Een schitterende schoonheid die ons bescheiden maakt.

Wie de schoonheid van Tiengemeten, de Ooijpolders (ook teruggegeven aan de natuur), de Oostvaardersplassen etc. heeft gezien, weet dat.

Bij de waardering van de polders zijn de bomen bepalend. Door het beeld van bomen op de voor- en achtergrond ontstaat diepte in het landschap. De panorama's krijgen een duidelijk herkenbare maat. Dat ervaren wij als mooi. Op nagenoeg alle foto's van ons polderlandschap zien we dit beeld terug. Waren de bomen er niet dan leken polders op de uitgestrekte landerijen zoals de Veenkoloniën of IJsselmeerpolders. In zulke grote open vlaktes voelen we ons 'unheimisch'. Ze worden als onaantrekkelijk ervaren en recreatie vinden we daar dan ook nauwelijks.

De oorsprong van dit onbestemde gevoel is genetisch bepaald en heeft te maken met onze drang om te overleven. Als we door een vijand worden bedreigd of aangevallen zoeken we ter bescherming het liefst rugdekking. We hebben immers geen ogen in ons achterhoofd. De onbewuste behoefte van mensen om liever langs de randen van open ruimtes te verblijven vindt hier zijn oorsprong. Ter illustratie: op een groot kampeerterrein zie je dat mensen hun tent nooit in het midden van het veld opzetten, maar altijd aan de randen, waar bomen en struiken staan.

Bij de transformatie van de agrarische polder naar naar natte natuur blijft de belangrijke bomenstructuur gehandhaafd waardoor het ruimtelijk beeld in grote lijnen in tact blijft.
Het beeld van de vlakke, rechthoekige kavels zal wel veranderen en plaats maken voor meer natuurlijke vormen met open oppervlaktewater. Welk beeld de voorkeur heeft zal per individu  verschillen. Boeren, wiens voorouders al eeuwen het land hebben bewerkt, hebben een sterke binding met de akkers, zelfs als de kavels er ´s winters koud, kaal en omgeploegd bij liggen. Veel oud-Rhoonaars (ook ik) hebben een soortgelijke binding. Een stadse bestuurder van een rode Ferrari zal het daarentegen een worst zijn of het achtergrondplaatje  van zijn bolide uit akkers of natuur bestaat.

De algemene opinie is echter dat de natuur altijd zeer hoog wordt gewaardeerd en dat open water nog eens een extra aantrekkingskracht op mensen uitoefent (recreatie en wonen bij het water etc.) al lijkt het er op dat sommige publicaties ons willen laten geloven dat de inwoners van Albrandswaard daar een uitzondering op vormen.


Kritische reacties op argumenten van voorstanders van economisch rendabele landbouw.

- Aan het begin van mijn verhaal heb ik aangegeven dat landbouw een afgeleide is van de natuur. De ontwikkeling van de Rhoonse polders dateert slechts van de laatste eeuwen. Miljoenen jaren daarvoor waren onze polders een groot estuarium gebied.
De VTM heeft een bord in de polder geplaatst met de tekst: 'Wie het polderlandschap verruilt voor nieuwe natuur, verloochent zijn afkomst en eigen cultuur'. Dit is natuurlijk lariekoek. Als wij onze polders inruilen voor een landschap dat gerelateerd is aan een diepere oorsprong van ons bestaan, de natuur (ongeacht of u gelooft in evolutie of schepping) dan wordt daarmee de herinnering aan onze afkomst juist versterkt. Onze identiteit is immers meer verbonden met de eeuwige (moeder) natuur dan met vergankelijke cultuur. 
En als mijn zeer geliefde polderlandschap, na veel wikken en wegen, moet veranderen in natte natuur gaat dat 'van au'. Ook bij mij. Ik zal die 'eigen cultuur' echter, zoals zoveel voorbije 'eigen culturen' in de geschiedenis, als een dierbare herinnering blijven koesteren. Nooit verloochenen. Onzin.

Dat de VTM het bordje nu pas plaatst, terwijl al zoveel aantastingen van ons mooie polderlandschap hebben plaats gevonden lijkt bovendien op willekeur. Bent u ooit een bordje van de VTM tegengekomen met b.v. de tekst: 'Wie zijn akkers verkoopt voor bouwgrond stort de polder in de afgrond'? Als er geld te verdienen valt heeft men blijkbaar wat minder moeite om het polderlandschap, zijn afkomst en eigen cultuur te verloochenen dan wanneer de grond voor natuur verruild moet worden. Ach, de natuur heeft toch geen stem, kan toch niet protesteren. Alles wat kwetsbaar is verloochend een stuk makkelijker.

- Een prominente voorvechter voor het behoud van de polders vertelde mij dat hij het intensief agrarische cultuurlandschap ook als natuur beschouwd en een plaatselijke politicus noemde hoogwaardige, natte natuur: 'zogenaamde natuur'. Dit is natuurlijk de omgekeerde wereld. Akkers zijn monocultures, rationeel bedacht, waarbij elke plant of halm op exact dezelfde rij- en plantafstand van elkaar worden gepoot en waarbij alle concurrerende kruiden uit de natuur zorgvuldig worden doodgespoten. Daar tegenover kenmerkt (natte) natuur zich juist door verscheidenheid, ontstaan door irrationele autonome ontwikkelingen, waarbij door de interactie tussen planten- en dierengemeenschappen en hun omgeving uiterst ingewikkelde ecosystemen ontstaan.

- Enkele weken geleden las ik in de Schakel een verhaal van iemand die het Zuid-Hollands Landschap beschuldigd van 'pure hoogmoed'. Hij schrijft: 'Hoe denkt het Zuid-Hollands Landschap de landerijen, door aanslibbing, overstroming, vloeden en stormen gevormd en daarna door nijvere handen bedijkt, tot betere natuur te vormen?'  En: 'het landschap dat de natuur in vele eeuwen heeft laten ontstaan dreigt door mensenhanden in een enkel jaar afgegraven te worden en te verdwijnen.' Gaat de schrijver van dit artikel hier zelf niet mank aan hoogmoed of arrogantie? Als je natuur zo hoog in je vaandel hebt staan, dan moet je toch weten dat door bedijking van het estuariumgebied met nijvere handen de natuur juist werd buitengesloten, dat na de bedijking nijvere handen de natuur verder hebben teruggedrongen door het toepassen van ruilverkavelingen, monocultures, onkruidbestrijdingsmiddelen en bemesting. Dat veel grond, dat door aanslibbing, overstroming, vloeden en stormen gevormd, is vergraven t.b.v. ruilverkaveling en afwatering voor de  de landbouw. Is hij ook vergeten dat het Zuid-Hollands Landschap in een van hun eerste plannen de polders wilde teruggeven aan de natuur door de getijden weer toe te laten. Meer natuur kun je toch niet hebben? Verdient het Zuid-Hollands-Landschap niet juist een pluim i.p.v. kritiek? En vergeet niet dat het Zuid-Hollands Landschap ook Klein Profijt en vele ander schitterende natuurgebieden in onze provincie heeft bewerkstelligd en medeverantwoordelijk is voor de uitvoering van Natuurbeschermingswet, de Ecologische hoofdstructuur en belangrijke internationale richtlijnen t.b.v. de natuur. (Vogel- en Habitatrichtlijn/Natura 2000)

- Bovengenoemde criticasters doen een krampachtige poging de natuur voor hun karretje te spannen door gecultiveerde landbouwgrond als betere natuur te bestempelen dan de natuur zelf. Helaas, dat gaat ze natuurlijk niet lukken.

De schrijver van de bijlage van polderkolder 81 is minder scrupuleus en schroomt niet aan de natuur eenvoudigweg de oorlog te verklaren. Met Psalm 65 als kennis- en inspiratiebron  vergelijkt de schrijver het teruggeven van landbouwgrond aan de natuur met 'de verwoesting die natuurrampen en oorlogen aan de agrarische gebied aanbrengen'. De teruggave van landbouwgrond noemt hij 'een heidens zoenoffer aan de Godin Natuur'. En: 'het "volkomen kwaad" geschiedt als de menselijke cultuur en geschiedenis daarvan het slachtoffer wordt'.
De eerste vijf dagen van Gods schepping zullen in zijn ogen waarschijnlijk een 'heidens karwei' zijn geweest. Daartegenover zal hij de aanleg van palmolie- en sojaplantages in tropische regenwouden t.b.v. onze biobrandstof, onze anti-rimpelcrême etc. ongetwijfeld ervaren als Gods  goedertierenheid die de nijvere hand van zijn aardse volgelingen te hulp schiet om 'Godin Natuur' te verslaan en de tropische regenwouden met al zijn onkruiden en ongedierte om te vormen tot rechte akkers met een status van 'Cultureel en Goddelijk Erfgoed'. Of interpreteer ík nu verkeerd?

- Iemand prijst de agrarische polders aan omdat er nog zeldzame patrijzen in voorkomen. Dit is ook weer de omgekeerde wereld. Wat hij waarschijnlijk niet weet is dat deze zeldzaamheid juist een gevolg is van de huidige intensieve agrarische activiteiten: door het gebruik van pesticiden en het verdwijnen van natuurlijke akkerranden (omdat rendabele akkers tot aan het uiterste randje van de sloot moeten worden omgeploegd) verdwijnt voor de patrijzen het voedselareaal en de beschutting tegen predatoren.

- De Vereniging Carnisse Grienden prijst onze polders aan omdat er wel 50 vogelsoorten in voorkomen. Het aantal weidevogels zal weliswaar afnemen, maar het aantal  soorten vogels zal juist drastisch toenemen als er een nieuw biotoop van hoogwaardige natte natuur bij komt.(lepelaars, sterns, rietzangers, karekieten, kluten, oeverlopers, visarend etc.etc.) Maar ook de rijkdom aan vegetatie, amfibieën, vissen en insecten zullen het gebied stukken interessanter maken. Ik zie dat al in mijn eigen tuin waar ik langs de sloot een paar meter natuurlijke oever met flauw talud heb aangelegd. Zelfs in die paar meter ontstaat al een spectaculaire dynamiek van samenlevende flora en fauna. Vorige week was ik nog getuige van het paringsritueel van 6 padden. Gisteren lag  een 1 meter lange snoek dicht bij de waterplanten, waarschijnlijk om deze te gebruiken als paaiplaats voor haar tienduizenden eitjes. Watervogels bouwen er nesten. Jonge kuikens vinden er een schuilplek. Reigers staan er te vissen. Zulke prachtige schouwspelen gun ik iedereen. Het staat in schril contrast met de beschoeiing die onlangs aan de overkant van de sloot door het Waterschap volkomen overbodig is aangelegd. Alle natuurlijke interacties tussen land en water zijn door die barrière verdwenen. Dooie boel. Dat gun ik niemand.
 
Conclusie: de intrinsieke natuurwaarde, de educatieve-  en recreatieve waarde zal drastisch toenemen bij natte natuur. 

- Sommige willen de polders agrarisch houden omdat ze ten onrechte denken dat kinderen niet meer weten waar de melk vandaan komt. Uit onderzoek van het ministerie van LNV blijkt namelijk dat 97 % van de kinderen dat wel weten en dat ze een behoorlijke basiskennis hebben over de herkomst van voedsel en de gezondheidseffecten daarvan.

- Angst voor muggen moet niet worden overdreven. Muggen trekken predatoren aan die de muggen vangen. Door middel van fluctuering van het waterpeil en lichte doorstroming is regulatie van muggenoverlast mogelijk.
Angst voor malaria is eveneens overdreven. Volgens Arjan van Erkel, directeur 'Malaria No More' is malaria gemakkelijk te voorkomen. Malaria is vooral een armoedeprobleem, c.q. een gevolg van de ongelijke verdeling van onze rijkdommen. Er sterven per jaar 1 miljoen mensen als gevolg van malaria. Ons overkomt dat niet.
 
- Menigeen gebruikt het argument dat landbouwgrond niet mag worden opgeofferd vanwege de mondiale voedselschaarste.
Professor R. Rabbinge ( 's werelds hoogste autoriteit bij de VN op het gebied van voedselzekerheid !) heeft echter aangetoond dat er met de huidige technieken voldoende landbouwgrond op de wereld aanwezig is om 40 miljard mensen mee te voeden.

Dat het ons niet lukt om de 9 miljard mensen op aarde te voeden komt o.a. :

- omdat vanwege economische handelsbarrières de landbouwgronden in de derde wereld ongebruikt blijven. Dit gebeurt zowel in tijden van voedseloverschotten (de boterberg) als voedselschaarste. Dat in tijden van voedselschaarste speculerende handelaren en dito boeren de graanvoorraden vasthouden om de prijzen op te drijven is tegelijkertijd één van de meest schrijnende keerzijden van ons systeem van zogenaamde vrije markteconomie.
- omdat onze landbouwgronden niet efficiënt worden benut. Voor de productie van vlees is 8-10 keer  en voor biobrandstof 80-100 keer zoveel landbouwgrond nodig als voor de teelt van graan.(N.B. 40% van de landbouwgrond wordt gebruikt voor voedsel voor de veeteelt).
- omdat structureel 35% van ons voedsel op de vuilnisbelt verdwijnt. Alleen al in Nederland wordt jaarlijks voor 3 miljard euro aan voedsel weggegooid.
- omdat het voedsel niet goed wordt verdeeld. Anno 2007 gaan er wereldwijd meer mensen dood  door overgewicht dan door ondervoeding (er zijn 1 miljard zwaarlijvigen versus 820 miljoen ondervoede mensen).

Stellen we daar o.a. tegenover dat:

- biodiversiteit van levensbelang is
- water de motor van de natuur is
- van de negenhonderd soorten watervogels die wereldwijd bekend zijn, 44 procent de
  afgelopen vijf jaar in aantal is afgenomen
- de afname van watervogels veroorzaakt wordt door een verkleining van het leefgebied
  van de vogels, de wetlands, als gevolg van economische en agrarische ontwikkelingen
  enerzijds, en de uitdroging van de wetlands door klimaatveranderingen anderzijds
- bij de aanleg van de 2e Maasvlakte natuurcompensatie is afgedwongen.
- Nederland vanwege de bijzondere ligging verantwoordelijk is voor  internationaal
  belangrijke natte biotopen (Deltagebieden, Waddeneilanden) en  een bijzondere
  Europese verplichting heeft (Natura 2000 / Habitatrichtlijn / Vogelrichtlijn /
  Wetlandsconventie)

dan kunt u ook uitrekenen dat het belang van natuurwaarde de landbouwwaarde ver overstijgt.

Ook na de transitie van de landbouwsector  van intensieve- naar duurzame productie, zoals die onlangs door het ministerie van LNV is ingezet, zullen de wereldvoedselvoorraden op peil kunnen blijven indien wij daar voldoende in willen investeren.

En dan nog wat: 80% van onze agrarische producten worden geëxporteerd. Dus waarom zouden de boeren niet wat voedselproductie aan het buitenland kunnen overlaten en wat natuur aan Het Buytenland?

- Om te weten te komen of er draagvlak is voor natte natuur, intensieve landbouw, natuurakkers etc. zou een onafhankelijk referendum onder de bevolking moeten worden gehouden, waarin de voors en tegens evenwichtig worden gepresenteerd. 

De betekenis van de 5000 handtekeningen, die 8 jaar geleden zijn verzameld naar aanleiding van een spontane actie vóór het behoud van de bestaande polders, heeft door tussenliggende ontwikkelingen en achterhaalde feiten veel aan waarde ingeboet. De meningen over de inrichting van het landschapspark zijn waarschijnlijk veel genuanceerder dan voorstanders van behoud van intensieve landbouw ons in hun publicaties graag doen geloven. Tijdens inhoudelijke gesprekken in heel wat wandelgangen ontmoet ik ook veel sympathie voor natte natuur. Helaas wordt deze sympathie in het openbaar niet altijd herhaald. Met de suggestie om een nieuwe peiling onder de bevolking te houden was mijn broer (initiatiefnemer van de handtekeningenactie) het eens, maar helaas is het er niet van gekomen. Ten onrechte zijn veel voorstanders van het agrarische landschap, inclusief de politiek, zich blijven committeren aan die 5000 handtekeningen en omdat 'gedraai van standpunten' niet erg populair is, vermoed ik dat velen zich, tegen beter weten in, zijn blijven vasthouden aan ingenomen standpunten. De vrijheid van meningsuiting is wel vaker het slachtoffer van zelfcensuur.

T.b.v. de inspraak op de M.E.R. en het Voorontwerpbestemmingsplan 'Buytenland' namen diverse 'pro-landbouw-groeperingen' de gelegenheid te baat om via allerlei media hun standpunten bij de bevolking te propageren. Echter, als propageren manipuleren wordt, gaat het te ver. Een voorbeeld:

De PPA organiseerde een zogenaamde onafhankelijke enquête. Daarin staat o.a. het volgende:

Uw mening telt
Alleen met heel veel reacties vanuit de regio kunnen wij het zogenaamde draagvlak onderuit halen. Dat lukte acht jaar geleden met de 5.000 handtekeningen, dat moet nu weer lukken.

Geef uw mening dus via onze site en geef antwoord op drie vragen met een eenvoudige muisklik.
       
(Nu was het niet de bedoeling van de enquêtemakers dat je een antwoord moest geven op drie vragan, maar dat je een keuze moest maken uit drie enigszins suggestief  geformuleerde standpunten, maar dit terzijde).

Om het de stemmer nog gemakkelijker te maken had de PPA ook nog eens 10 standpunten voorgekauwd zodat we vooral niet zelf hoefden na te denken met welke argumenten we het 'zogenaamde draagvlak' van de provincie mee onderuit konden halen. Het was overduidelijk niet de wens van de enquêtemakers dat je met een eenvoudige muisklik het vakje aan zou kruisen met de tekst: 'Ik ben het eens met de plannen van Rijk en Provincie om de polders volledig te transformeren tot een natuur- en recreatiegebied'.

De letter P, die staat voor Platform, suggereert dat de PPA een draagvlak zou zijn voor meningen tussen verschillende groeperingen. Maar bovenstaande enquête voldoet natuurlijk in geen enkel opzicht aan de normen voor objectiviteit. Achteraf heb ik er dan ook spijt van dat ik met de enquête heb meegedaan; mijn stem tegen de wens van de enquêtemakers in wekt namelijk de indruk dat de enquête objectief zou zijn. Beetje naief geweest.
Een enquête, georganiseerd door een belangengroepering  met propagandistische trekjes heeft een hoog Noord-Korea-gehalte. Niettemin werd naar aanleiding van de enquête o.a. de volgende conclusie getrokken: nog geen 1% van de mensen uit de regio(!!) waardeert de plannen van de Provincie. Dat is echt kolder.
 
Met een beetje goede wil zou je de uitslag van de enquête ook als volgt kunnen analyseren: jammer dat het ronselen van medestanders via een zogenaamde objectieve enquête niet is gelukt. Eigenlijk was de enquête ook meer een verkapte handtekeningenactie.

Van de oorspronkelijke 5000 voorstanders voor het behoud van de agrarische polders zijn er nog maar 750 over. Zo'n 800 mensen steunen de Albrandswaardse Variant en 13 mensen hebben nog de moeite genomen om, tegen het stemadvies van de PPA in, vóór de plannen van de Provincie te stemmen. Wat zouden die overige 3450 van de oorspronkelijke 5000 en de rest van de bevolking nu stemmen? Als ik bovendien in de schakel lees: "dat uit de enquête van de PPA bleek dat 'enige duizenden stemmen' (in werkelijkheid 1550) bezwaren hadden gemaakt tegen de plannen van de Provincie", dan roept deze schromelijke overdrijving bij mij alleen maar de vraag op of de telling van die 5000 handtekeningen uit het verleden wellicht op dezelfde manier is afgerond.

Dat er minder draagvlak voor natte natuur zou zijn is mogelijk, maar niet vastgesteld. Het kan zijn dat door omstandigheden 'pro-natte natuur-lobbyisten' niet aan lobbyen toe komen omdat ze veel minder tijd en energie hebben (zoals ik) om hun standpunten d.m.v. allerlei acties en publiciteit uit te dragen dan 'pro-landbouw-lobbyisten'.

Vervelend wordt het als je geconfronteerd wordt met een vereniging waarbij het bestuur het standpunt t.a.v. de ontwikkelingen van het landschapspark bepaald, geen inhoudelijke discussie mogelijk wordt gemaakt en leden klakkeloos de standpunten van het bestuur over nemen. Dan organiseer je wel erg simpel een draagvlak. 

Dat ik van die vereniging een email krijg toegestuurd waarin staat dat "alle polderbewoners vóór de 'Albrandswaardse Variant' zijn" ervaar ik als diefstal van mijn mening en draagvlakvervalsing en acht ik onaanvaardbaar.

Het is een goed recht van iedereen om voor zijn standpunten uit te komen en met verve te verdedigen. Als dat gepaard gaat met manipulaties en onderbuikgevoelens maak ik mij zorgen om de kwantiteit en kwaliteit van de standpunten. Het categorisch wegzetten van overheden als machtsblokken die geen rekening houden het draagvlak onder de burgers staat mij per definitie tegen.

Dat je als burger de 'Boerenvariant' door de strot wordt geduwd omdat je anders de toegang wordt geweigerd om de informatiebijeenkomst over het landschapspark op zorgboerderij 'De Buytenhof' bij te wonen, is weliswaar ludiek, maar ik had toch een ander soort actiemethode gekozen om aan te tonen dat je wars bent van machtspolitiek. De scheidslijn tussen het opdringen van je eigen standpunten en een persiflage op de overheid is niet voor iedereen altijd even helder.


Conclusie

Natuur- en cultuurgebieden zijn complementair. Hoe meer natuur hoe minder cultuur en andersom.  Oernatuur (Waddenzee?) en chemische afvalput (Coupépolder) zijn tegenpolen. Daartussen zit een schaalverdeling.  Aangelegde natte natuur heeft veel meer natuurwaarde dan aangelegde landbouwpercelen. De balans is de laatste decennia verschoven ten nadele van de natuur en moet hoognodig  worden hersteld. Die onbalans lijkt een afspiegeling van de discussie over het Landschapspark Buytenland waar een sterke lobby voor behoud van de cultuurgronden in de media de overhand heeft.
Mijn bijdrage in de discussie is om die balansen te herstellen. De natuur heeft zelf geen stem en als in een woordenstrijd kortzichtige eigenbelangen preveleren of prestiges een rol gaan spelen is de natuur de zwakste schakel. Maar als die breekt gaan alle andere schakels ook slap hangen en treffen wij uiteindelijk onszelf. Wij hebben de natuur nodig en de natuur heeft ons nodig.
 
Dat is mijn conclusie. Maar minstens zo belangrijk is de conclusie die u als lezer zelf trekt. Ik ben daar ook erg nieuwsgierig naar. Inhoudelijke kritische reacties (positief én negatief) zijn daarom van harte welkom.
Het is voor mij het handigst als u reageert via
nattenatuurnoodzakelijk@gmail.com, maar via de onderstaande contactlink komen uw reacties ook bij mij terecht. 

Nawoord

Mijn standpunt voor Natte Natuur is ontstaan uit lezen en luisteren, wikken en wegen en weer wijzigen. Het is een standpunt van een geïnteresseerde leek. Niets meer en niets minder, net zoals bij velen van u waarschijnlijk. Dankzij kritische reacties  heb ik  de 1e versie van mijn verhaal aangepast zonder dat ik overigens consessies hoefde te doen aan de  essentie ervan. Lovende kritieken kreeg ik ook. Niets is zwart-wit. Yin en Yang. Oplossingen nooit eenvoudig.
Toch moet uiteindelijk een knoop worden doorgehakt en daar is kennis en wijsheid voor nodig en in een democratie ook een (vertegenwoordigend) draagvlak. In de wandelgangen van de politiek hoor ik soms andere standpunten (vóór natte natuur) dan achter het spreekgestoelte(de Albrandwaardse Variant). Zo werkt partijpolitiek en dat is het minst slechte politieke systeem. Maar de politiek dat zijn u en ik. Dus laat uw zwijgende mening niet achter in de wandelgangen van uw hoofd en laat uw stem horen. 




Artikel in de volkskrant  van 3 december 2013