Vredesverzen versus zwaardverzen

De Volkskrant 16 mei 2008


Spreekt God in de Koran via de mond van Mohammed? Zijn de teksten het werk van een groepje 'Godzoekers', dat zich van het polytheïsme wilde afwenden? En hoe verhouden de vroege soera's zich tot de latere? Door Henk Muller




Het is een adembenemende gedachte en er zou een Indiana Jones-achtige figuur nodig zijn om ze uit de kluizen te halen: op een aantal plaatsen in de wereld liggen manuscripten, stukjes tekst en snippers perkament verborgen die wel eens een heel ander licht op de Koran zouden kunnen werpen. Hoogstwaarschijnlijk in (privé-)bibliotheken in de Arabische wereld, vrij zeker in Berlijn en zeker in Jemen liggen teksten die het heilige boek van de islam misschien wel anders zouden kunnen duiden.
Neem Berlijn, waar in de jaren veertig van de vorige eeuw twee geleerden, G. Bergstrasser en O. Pretzl, maar liefst vijftienduizend foto's hadden gemaakt van oude manuscripten van de Koran die ze hadden verzameld. Ze wilden die gebruiken voor een wetenschappelijke, kritische editie van de Koran, zoals die van het Oude en Nieuwe Testament al lang bestond. Tevergeefs. Al hun materiaal zou vernietigd zijn tijdens bombardementen op München tijdens de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Maar er gaan nu stemmen op die beweren dat de geschriften niet zijn vernietigd en in Berlijn worden bewaard.
Of neem de enorme hoeveelheid tekstmateriaal, snippers en grotere stukjes tekst, die in 1973 ontdekt werden onder het dak van de grote moskee van Sanaa, de hoofdstad van Jemen. Het zijn teksten uit de begintijd van de islam, waarvan het overgrote deel nog ligt te wachten op vertaling en bewerking. En dan zijn er de geruchten over manuscripten die in de loop van de jaren verdwenen uit de grote bibliotheken in de Arabische wereld, en die hun weg vonden naar verzamelaars in goede doen.
Over het ontstaan van vrijwel geen enkel heilig boek is zo weinig bekend als over dat van de Koran. Volgens de theologische islamitische traditie spreekt God in de Koran, was de profeet Mohammed de ontvanger van Diens boodschap en de engel Gabriël de tussenpersoon van de openbaringen. De Koran was in de eerste plaats een mondelinge tekst, en als Mohammed een openbaring ontving dan sprak hij de openbaring uit. Maar hoe het verband tussen de woorden van Mohammed en de geschreven tekst precies in elkaar zit, of anders gezegd: hoe de woorden tot soera's werden, is geheel onbekend.
Volgens de traditie waren de eerste openbaringen en de schriftelijke neerslag daarvan kort en werden ze steeds langer. Gebruikelijk is de soera's die de openbaringen bevatten in te delen in openbaringen die Mohammed eerst in Mekka ontving en die uit zijn latere periode in Medina. Hij was daarheen uitgeweken, belaagd door stamgenoten die in hem op zijn best een dichter zagen, zoals er in die tijd wel meer rondliepen, en in het ergste geval een gevaarlijke gek.
Volgens de traditie werden al tijdens het leven van de profeet teksten opgeschreven: op stukjes hout, palmbladeren en gebeente. Vrij kort na de dood van Mohammed bestonden er waarschijnlijk al één of meer mushafs, codexen van de Koran. Daarin waren de bladen van de teksten tussen planken geklemd. Maar het reciteren van de teksten bleef minstens zo belangrijk omdat het Arabisch in die periode geen klinkers noteerde. Daardoor konden woorden verschillend worden uitgesproken, en verschillende betekenissen krijgen. Eenheid was gewenst.
Over de datering van de oudste Koran-manuscripten is geen overeenstemming tussen specialisten. Sommige Arabisten menen dat er manuscripten zijn die uit de 7de eeuw stammen, maar geen enkel manuscript valt onomstotelijk te dateren vóór de 9de eeuw van onze jaartelling. Dat roept vanzelfsprekend de vraag op wat er is gebeurd met de vastlegging van de Koran tussen de jaren dat Mohammed zijn openbaringen ontving (610-632) en de negende eeuw.

Die onzekerheid over de wordingsgeschiedenis beeft grofweg tot twee standpunten geleid: de Koran is Gods woord en is letterlijk aan de profeet doorgegeven. Elke noodzaak nader onderzoek te doen naar het ontstaan van de Koran is overbodig en ongewenst. De tekst is Heilig, de context niet van belang. Salafisten en andere radicalen die deze mening aanhangen, zweren bij de letterlijke waarheid van de Koran. Zonder enig idee van of interesse in de ontstaansgeschiedenis. Zij zullen de kluizen met verborgen manuscripten nooit helpen openen.
Maar ook de meeste traditionele moslimgeleerden zijn niet in het ontstaan van de tekst geïnteresseerd. De tekst is een gegeven. Die desinteresse is jammer, want de Koran is een complex en allesbehalve eenduidig boek waarin bijvoorbeeld letterlijk sprake is van 'informanten' die Mohammed hielpen bij zijn verzen. Wellicht werden daarmee mannen bedoeld die joodse en christelijke tradities kenden en voor Mohammed een inspiratiebron waren. Het Arabisch schiereiland was tenslotte een knooppunt van internationale handel en ook ideeën reisden snel. Onderzoekers sluiten daarom niet uit dat de Koran het werk is van een groep zogeheten 'Godzoekers' die het veelgodendom (met de Kaaba als centrum, totdat Mohammed de godenbeelden daar kapot liet slaan) en het materialisme van de Arabische stammen de rug toe wilden keren, op zoek naar meer spiritualiteit.

Aan de andere kant van het spectrum staan wetenschappers die, bij gebrek aan duidelijke bronnen en afwijzend jegens wat de islamitische traditie zelf naar voren brengt, hun heil zoeken in vrij uitheemse theorieën die meer licht op het ontstaan van de Koran moeten werpen. Van hen is Hans Jansen een representant. Van zijn hand is Zelf koranlezen, dat de 'gewone Nederlandse lezer' wil helpen de Koran te leren lezen en te beoordelen.
Een nobel doel, maar Jansen slaagt daar niet echt in. Hij schetst een beperkt beeld van de Koran. Jansen is een aanhanger van Christoph Luxenburg, een pseudoniem voor een geleerde die duistere passages in de Koran (Jansen schat dat op 20 procent) wil verklaren uit het feit dat niet het Arabisch maar het Aramees in de begintijd van de islam de schrijf- en cultuurtaal bij uitstek was. Grote delen van de Koran zouden feitelijk Aramees van oorsprong zijn. Dat is een probleem voor de islam, want de Koran stelt dat zij in 'duidelijk Arabisch' is gesteld.

Op zich is er niets tegen om deze interessante visie voor het voetlicht te brengen. Maar Luxenburg is een buitenbeentje   in   de   islam-wetenschap. Ook daar is niets op tegen, maar Jansen zou ook eens wat andere standpunten naar voren kunnen brengen. Dat Luxenburg alleen staat komt omdat de meeste islamologen vinden dat hij doordraaft. Maar volgens Jansen is de oorzaak dat westerse universiteiten een 'coöptatiesysteem' kennen, waardoor kritische geesten buiten de boot vallen. Desondanks zijn Luxenburgs ideeën wijd en zijd verbreid.

De Koran is geen gemakkelijk boek, waarschuwt Jansen. Hij snijdt de hoofdthema's aan, bespreekt een aantal soera's en heeft één advies: 'Het is bij geen enkel boek nodig alles te begrijpen. Gewoon doorlezen en de helft begrijpen is al heel mooi. Niets helpt zo goed om een boek te gaan begrijpen als het gewoon te lezen, desnoods dan maar zonder alles te begrijpen.' Zou het?
Jansen is af en toe erg vooringenomen. Neem zijn behandeling van abrogatie (afschaffing), een voor de Koran erg belangrijke technische term die zoveel wil zeggen als dat een oud vers wordt vervangen door een nieuw vers. Dat is een heikel thema omdat in de Koran God gesproken zou hebben, en het weinig aannemelijk is dat die zich vergist en andere teksten openbaart. In de praktijk is het vooral een manier om rangorde aan te brengen in de verzen en dient de uitleg als teksten elkaar tegenspreken.
Het bekendste voorbeeld van abrogatie zijn de Duivelsverzen, die Mohammed later herriep omdat de Duivel ze hem ingefluisterd zou hebben. In die Duivelsverzen erkende Mohammed een aantal godinnen, om zijn critici ter wille te zijn die het veelgodendom aanhingen. Maar hij herriep later die verzen: er is slechts één God.
Jansen noemt ook een ander beroemd vers: 'Er is geen dwang in godsdienst' dat tolerantie impliceert. Dat vers wordt volgens hem door een later vers teniet gedaan, het zogeheten zwaardvers dat oproept niet-moslims te doden waar je ze aantreft. Jammer genoeg laat Jansen het daarop volgende vers in datzelfde zwaardvers weg: 'behalve als ze berouw tonen'. Hij vergeet ook het zogeheten vredesvers - 'als ze geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd' - dat het zwaardvers op zijn beurt zou hebben vervangen.
Maar Jansen laat zich niet vermurwen: een moslim 'die zich met deze zaken heeft beziggehouden' weet volgens Jansen dondersgoed dat het 'vredesvers' door het 'zwaardvers' is vervangen. Ze zijn hypocriet, en doen alsof ze de dialoog wensen. Moslims zijn kortom niet te goeder trouw.
Jansen schiet hier tekort. De auteur vergeet niet alleen verzen te noemen die het zwaardvers nuanceren, hij vergeet ook te melden dat er volop discussie en onzekerheid is in de islamitische wereld over wat nu eigenlijk de regels voor abrogatie zijn. Het is bijvoorbeeld helemaal de vraag of verzen uit de Medina-periode van Mohammed (zoals het zwaardvers) automatisch eerdere verzen uit Mekka (daaronder de oproep dat er geen dwang in religie is) tenietdoen.
In Medina waren Mohammeds woorden - hij was daar politiek leider en geen bedreigd leider van een klein groepje gelovigen zoals in Mekka - politiek geïnspireerd en bedoeld om zijn tegenstanders te beteugelen. Het vers 'in religie is geen dwang' is eerder een soort ethische gulden regel dat geen direct politiek doel dient en op een hoger niveaus staat volgens Koranexegeten. Trouwens, latere verzen zijn niet per se 'beter' dan eerdere verzen, zoals Jansen beweert.

Volgens Jansen is zijn boek bedoeld voor mensen die weinig of niets van de islam weten. Maar zijn uitleg van termen en verzen, compleet met Arabische woorden en etymologie, zal zo'n 'Nederlander' veel te ver gaan. Moslims mogen van hem over de schouder van de doelgroep meelezen, maar het boek richt zich niet tot hen. Ze weten het meeste al, zegt Jansen. Was het maar waar.

Zelf koranlezen  is  ongeschikt voor een breed publiek. Het is aardig door de eigenzinnige aanpak, en irritant door het het gelijkhebberige   en   soms   denigrerende toontje. Een voorbeeld: 'De grote leiders van de islamitische orthodoxie hebben vele verdiensten, maar begrip voor wat buiten hun blikveld valt hoort daar niet bij'. Dat suggereert veel, maar bewijst weinig.
Veel evenwichtiger dan Jansen is Abdulla Saeed, een professor in Melbourne die een uitstekende inleiding tot de Koran schreef. Saeed is een van de weinigen in de islam-wereld die discussies over de interpretatie van de Koran niet uit de weg gaat. Alles wat je zou willen weten over de thema's in de Koran, westerse wetenschap en de Koran (Luxenburg), over uitleg en interpretatie, is hier handzaam en overzichtelijk te vinden. Saeed gaat niet op de knieën en is fair in zijn oordelen.
Hoe verschillend er - ook in de islamitische wereld - over de Koran wordt gedacht toont The Qu'ran, an encydopedia, samengesteld door de islamoloog Oliver Leaman. Tientallen medewerkers, van ongelovigen tot professoren in Riyad, hebben daarin de belangrijkste thema's, namen en begrippen in de Koran in kaart gebracht. Soms een tikje zalvend, maar altijd helder en informatief. Het 'Woord van God' begrijpen blijkt geen sinecure. Die moslims die rotsvast overtuigd zijn van het eigen gelijk, lijken te zijn vergeten dat de islam leert dat God de mens niet voor niets met verstand heeft begiftigd.
Of zoals de Koran het zelf zegt: 'De slechtste beesten in de ogen van God zijn de stommen die hun rede niet gebruiken.'

Zelf koranlezen
Hans Jansen
De Arbeiderspers; 226 pagina's;
€16,95
ISBN 978 90 295 6628 5

The Qu'ran -An introduction
Abdullah Saeed
Routledge; 268 pagina's; €27,00
ISBN 9780415421256

The Qu'ran: an encyclopedie
edited by Oliver Leaman Routledge; 771 pagina's; €40,88
ISBN 978 04157 7529 8