Homeopathie
De Lancet (augustus 2005) schrijft dat homeopathische middelen niet werken.
De minister van Volksgezondheid vindt homeopathische middelen ook maar onzin, omdat hij 1 keer een middeltje tegen verkoudheid heeft gebruikt, dat volgens hem niet werkte. In datzelfde interview zegt deze minister zonder blikken of blozen dat het aantal patiënten met medicijnvergiftiging wel erg hoog is (ik meen meer dan 30.000) maar er wordt wat aan gedaan (contrast).
Nu het volgende voorbeeld:
Iemand ontvangt per post een brief.
Zij opent de brief en begint te lezen.
Na enige tijd begint de ontvanger van de brief te huilen.
Hoe kan dit?
Volgens de minister en de Lancet is dit onmogelijk.
Je zou op zijn minst de brief moeten opeten om een reactie te krijgen.
Voorbeeld 2 dezelfde brief
De postbode bezorgt per ongeluk dezelfde brief op een verkeerd adres.
De bewoner opent de brief zonder naar het adres te kijken en begint de brief te lezen.
Na enige tijd begint de lezer te lachen.
Hoe kan dit?
Waar gaat het hier nu eigenlijk om?
De Lancet en de minister gaan uit van een bepaalde opvatting over wetenschappelijkheid.
Impliciet gaan zij ervan uit, dat zij weten wat dat is: wetenschappelijk.
Nu is het vreemde, dat de hele gezondheidzorg ontstaan is uit inspanningen van kruidenvrouwtjes, heksen, kwakzalvers, geestelijken, nonnen etc toevalligheden zoals de ontdekking van de anti-biotica. Zelfs de DNA structuur is spelenderwijze met behulp van een mecano-doos door Watson en Crick (lees "de dubbele helix", waarschijnlijk nog bij de Slegte te verkrijgen) ontdekt toch hebben al deze zaken enorme consequenties gehad.
Dus wat vroeger heel normaal was; dat mensen vanuit hun interesse c.q. verbondenheid met de natuur en de medemens tot medicijnen kwamen is nu verboden. Vreemd toch, sluiten we hiermee niet allerlei nieuwe ontdekkingen en ontwikkelingen uit?
Het heeft natuurlijk alles met machtsposities te maken en niets met de ontwikkeling van de gezondheidszorg.
Zelfs het genezende karakter van de zgn goedgekeurde medicijnen valt vaak niet te bewijzen. Meestal is het aantonen van zeg maar niet giftigheid al voldoende. De meeste medicijnen zijn echter zwaar giftig (zie de bijwerkingen) en het is vooral te danken aan de eigen levenskracht van de mens, dat hij beter wordt ondanks de medicijnen. Als we het proces goed vervolgen is het volgende aan de hand: door inname van het medicijn krijgt het lichaam het signaal als je zo doorgaat ga je het niet redden. En het lichaam komt in opstand en gaat alles mobiliseren om te overleven en wat zegt de wetenschapper dan: de genezing komt door het medicijn. Dit is natuurlijk klinkklare onzin.
Slechts in heel simpele oorzaak-gevolg situaties gaat het gegeven op bv het lichaam heeft te weinig suiker in het bloed daarom moet je wat extra suiker eten om de balans weer recht te trekken en je kunt ongestoord verder leven. Maar dit geldt natuurlijk niet voor alle situaties.
Nu zijn er gelukkig oprechte mensen die hun denken en intuïtie inzetten om tot andere medicijnen en aanpakken te komen. Een daarvan was de grondlegger van de Homeopathie de Duitse arts Samuel Hahnemann (1755-1843).
Hahnemann had ontdekt dat hij, als hij kinabast (de gemalen schors van de kinaboom, die kinine bevat) slikte, bij zichzelf de symptomen 'koorts' (althans wat daar toen onder verstaan werd) opriep die bekend waren van de ziekte die men ermee bestreed, meerdaagse koortsen oftewel malaria. Hij poneerde dat bepaalde stoffen die eigenlijk vergiftig zijn en die tot bepaalde klachten aanleiding geven, in sterk verdunde vorm geneeskrachtige werking hebben tegen kwalen die tot diezelfde klachten leiden. Similia similibus curantur, het gelijkende zal door het gelijkende genezen worden, was zijn stelling.
Hahnemann kwam tot het verdunnen van het geneesmiddel omdat hij bang was voor de giftige werking van het geneesmiddel en kwam zo tot een nieuwe behandel methode zonder eigenlijk zelf te weten waarom de verdunning werkte. De aanpak van Hahnemann gaat uit van een fysiek mensbeeld en middels de verdunde medicijnen probeerde hij het immuunsysteem te ondersteunen en te activeren.
Een andere pionier was Rudolf Steiner (1861-1925). Steiner ging in zijn benadering vele stappen verder dan Hahnemann, die ziekte toch vooral zag als iets, dat eruit (uit het immuunsysteem) gewerkt diende te worden. Steiner gaf ziekte een plaats binnen het ontwikkelingsproces van de mens als eenheid van lichaam ziel en geest en in die zin kan ziekte een groei mogelijkheid zijn voor de mens en als zodanig dient de zieke mens begeleid te worden in zijn ziekte. Steiner heeft de grondslag gelegd voor een uitbreiding van de bestaande geneeskunst die puur op de lichamelijke kant van de mens gericht was(en meestal nog is, want zelfs psychische aandoeningen worden met medicijnen bestreden!). Als we vanuit de ideeën van Steiner naar het verdunnen van medicijnen kijken dan komt er een ander verklaringsniveau open te liggen. De verdunde medicijnen werken, omdat de mens naast een fysiek wezen ook een geestelijk wezen is en de geest is nieuwschierig dus als er maar ook de minste aanwijzing over iets komt dan is de geest er als de kippen bij om te achterhalen waar het over gaat. Het geestelijke in de mens werkt als het ware omgekeerd aan het lichamelijke. Hebben we binnen het lichamelijk juist meer nodig binnen het geestelijke dus omgekeerd juist minder. Het is als bij de Japanse kunst van het verleiden: de heel subtiele, haast niet zichtbare knipoog werkt vele male sterker dan een overdreven er dik bovenopliggende knipoog. En zo kunnen we het verdunde medicijn zien als een briefje aan de patiënt. Een briefje met aanwijzingen wat er met hem aan de hand is en wat hij eraan zou kunnen doen. Het gaat dus niet om de letters van de brief(materieel) maar om de inhoud van de brief(geestelijk). Het genees-middel geneest de mens dus niet, dat doet de mens zelf.
En zo zien we, dat een toevallig ontdekt iets of een door angst ingegeven iets toch kan leiden tot een goed instrument als het vanuit een andere visie bekeken wordt. Steiner heeft niet gezegd: de huidige geneeskunst deugt niet, neen, hij heeft wegen en middelen aangegeven om de bestaande geneeskunst uit te breiden en als we wereldwijd kijken wat er sinds het begin van de vorige eeuw ontwikkeld is, is dat indrukwekkend, maar daar hoor je een minister niet over. Natuurlijk tasten zulke mensen de bestaande machtsstructuren aan en dat is maar goed ook anders komt het nooit tot veranderingen.
Maar het is een hardnekkig iets. Toevallig zag ik een film over de Australische verpleegster Elisabeth Kenny (1880-1952).