Het incident

We schrijven juni 1963 Ravensbos
Ravensbos is een klein seminarie van de paters oblaten van de onbevlekte maagd Maria
Dit onbevlekte heeft twee zijden
Jezus is door Maria onbevlekt ontvangen
En Maria zelf is bij pauselijk decreet ook zelf onbevlekt ter wereld gekomen
Twee jongens de Limburger Peter en de Utrechter Jan treffen elkaar op de wc van de slaapzaal en roken een sigaretje al zittend in het opengeslagen raam.
Er is maar één sigaret dus nemen ze om beurten een trekje.
De wc ruimte is een ruimte die helemaal tot aan het plafond betegeld is. Als ik me goed herinner met een soort groen blauwe tegeltjes.
Ineens zien de twee jongens het licht van een brommertje.
Ze schrikken want ze hebben het gevoel gezien te zijn.
De sigaret wordt snel naar beneden gegooid.
De jongens wachten af.
Ze horen een geluid en verbergen zich achter de deuren van de wc's.
Het wachten duurt lang en uiteindelijk verlaat een van de jongens de wc's en wordt betrapt door een pater, toevallig ook de biechtvader van Jan.
Even later volgt Peter die ook betrapt wordt.
De jongens worden ernstig toegesproken en naar bed gestuurd.
De pater zegt dat dit voorval gemeld moet worden.

De volgende dag.

Na de ochtendmis gaat iedereen naar de refter.
Wat opvalt is het grote aantal aanwezige paters.
Op een normale dag zijn er 's ochtends maar enkele paters aan de hoofdtafel, vandaag lijkt het voltallig.
Na het gebed klinkt de bel en pater overste neemt het woord.
De beide jongens die op het toilet gerookt hadden worden gesommeerd op te staan en een donderspeech volgt.
Ze worden per onmiddellijk van Ravensbos verwijderd.
Doodse stilte.
We hebben ze nooit meer gesproken of gezien.
Toen wij weer in de klas zaten, moesten zij vertrekken.
Ze werden door pater Rientjes of  pater Lempens naar huis gebracht in een kever.
De jongens moesten buiten wachten tot de pater zijn verhaal had gedaan en daarna mochten ze de ouderlijke woning betreden.

47 jaar later is er een reünie op Ravensbos 13 mei 2010 Hemelvaartsdag

Voorafgaand aan de reünie meldt Peter zich en het incident komt ter sprake.
Peter hoopt dat Jan ook op de reünie komt.
Jan komt niet naar de reünie. Hij wist ook niet dat er een reünie was.
Na de reünie neemt Peter weer contact met mij op en vraagt naar Jan.
Ik zeg hem toe Jan nogmaals te gaan zoeken.
En ik heb geluk het eerste telefoontje is raak en ik krijg via via het telefoonnummer van Jan.
Na geruime tijd kan ik eindelijk een boodschap achterlaten op een antwoordapparaat en kort daarna neemt Jan contact met me op en volgt een intensieve uitwisseling, die via email wordt voortgezet.
Jan doet melding van misbruik op Ravensbos.
Hij heeft het ook als klacht neergelegd bij de commissie Deetman, niet uit wraak maar om anderen te steunen als ze zich ook melden.
De naam van de betreffende pater wil hij niet noemen.

We spreken af elkaar te treffen op woensdag 6 oktober 2010 bij Peter thuis.

Ik ben al vrij vroeg bij Peter die me afhaalt  van het station in Venray.
We zijn al druk aan het praten en er komt naar voren dat Peter nooit gebruik gemaakt heeft van zijn biechtbriefje en dat hem nooit gevraagd is of hij niet iets te biechten had.
Peter was er als kind al klaar mee.
Hij had tegen de pastoor gezegd ik heb niets te biechten en toen had de pastoor gezegd ja maar dan kan ik je de absolutie ook niet geven. Is dan ook niet nodig volgens Peter.
Sindsdien heeft hij nooit meer gebiecht.
Er wordt gebeld. Jan aan de lijn: ja, ik sta hier al een klein half uurtje… waar is het precies?
Peter loopt naar de voordeur en we zien Jan aan de overkant van de straat staan.
Het wordt een hartelijke begroeting na 47 jaar!
Jan is Jan, geweldig!
We gaan aan tafel en krijgen koffie en Limburgse vlaai. We halen herinneringen op en vertellen over ons leven na de Ravensbos-periode. Het wordt in wezen een hernieuwde kennismaking in zeer amicale sfeer.
Na een wandeling en een broodje komen de gesprekken goed op gang
en dan valt ineens de naam van de misbruiker.
Het blijkt de pater te zijn die hen snapte terwijl zij 's avonds laat in de w.c. van de slaapzalen stonden te roken tevens biechtvader van Jan.
Jan schrijft later dat hij eigenlijk de naam niet had willen noemen maar door het ervaren vertrouwen en het feit dat Peter ook al zijn vermoedens had lag de naam ineens op tafel. Peter noemde nog het feit dat dezelfde pater bij hem kwam toen hij ziek in bed lag, de dekens wegtrok, zijn onderbroek naar beneden deed en weer wegging.
Zelf was ik er blij mee want zolang je de naam niet weet, is in feite iedereen een potentiële dader, vreselijk, maar een van de aspecten van deze vuiligheid.
Van een andere Ravensbosser hoor ik ook een ervaring met de genoemde pater, die het geheel nog ondersteunt.
Jan hecht eraan te melden dat hij in de tijd dat hij op Ravensbos verbleef meerdere malen ernstig op zijn gedrag is aangesproken en dat het roken op de toilet wellicht de bekende druppel was.
Verder vertelt Jan dat hij nog voor hij op Ravensbos kwam al misbruikt was door een kapelaan waarbij hij misdienaar was.
Later werd deze kapelaan bisschop.
Tegen hem heeft Jan ook een klacht neergelegd.
Jan vertelt dat hij een aantal jaren als socio-therapeutisch medewerker in de gevangenis bij het selectie-instituut voor ter beschikking van de regering-gestelden heeft gewerkt en daar vele misbruikten ontmoet heeft, die later zelf ook misbruikers werden.
Dit gegeven roept bij mij de vraag op: hoeveel paters zijn er als kind zelf misbruikt?
Het geeft ook meer zicht op de onderdrukkende werking van het onbewuste netwerk van daders.
Daders die elkaar de hand boven het hoofd houden.
Naarmate de oudgedienden in aantal minder worden neemt de onderdrukkende werking af en komen er steeds meer ervaringen op tafel.
Het verwijderen van de twee medestudenten leverde mij destijds al
veel problemen op.
Waarom geen waarschuwing, waarom geen gepaste straf, als er dan al gestraft moest worden? Waarom zo extreem veel geweld? Waarom heb ik zelf niets gezegd? Waarom nam niemand het voor hen op?
Het contrast werd nog groter toen enige maanden na de verwijdering er een klaslokaal uitbrandde na een vergadering van ouderejaars en broeders.
Ze hadden de asbakken bij het verlaten van het klaslokaal in de prullenmand naast de piano geleegd.
De hele klas brandde uit en wij lagen twee verdiepingen hoger te slapen.
Moet je je voorstellen als de brand zich had doorgezet dan had de prefect de volgende dag de ouders kunnen bellen en hen moeten vragen of ze het verkoolde lichaam van hun zoon konden komen ophalen…… je moet er niet aan denken.
Merkwaardig genoeg werd er niemand weggestuurd.
Nu 47 jaar later komt er het gegeven van het misbruik bij en vallen de stukjes op hun plek.
En de congregatie?
Zwijgt nog steeds in alle talen. De overste zegt dat hij wacht op bericht van Deetman.

Jan Sterenborg