Brugge: Guido Gezelle
Guido Gezelle

Bron: Museumgids doorheen het geboortehuis van Guido Gezelle,
          Piet Couttenier, Brugge 1999


Het Gezellemuseum

Het bestaande Gezellemuseum, Rolweg 64, is ondergebracht in het geboortehuis van Guido Gezelle. Het ligt binnen het gebied van de stadswallen, maar de hele omgeving bezit nog een opvallend landelijk karakter. Dit hangt samen met de functies die het gebied in het verleden had: van lusthof tot hoveniersgrond en buitenverblijf.
Het domein waar zich nu het Gezellemuseum bevindt, was al in de 15e eeuw in gebruik als lusthof.
Het huis en de hoveniersgrond werd vóór 1830 eigendom van Van de Walle, een wijnhandelaar en eigenaar die in Brugge woonde. In 1925 werd het huis aangekocht door de Stad Brugge voor de inrichting van het Gezellemuseum.
Het huis, een eenlaagswoning met twee punt- of tuitgevels en een centrale schouw, dateert van de 16e of begin 17e eeuw en heeft het karakter van een kleine stadshoeve.


Pieter-Jan Gezelle, Monica Devriese en hun eerste kind Guido

In het huis aan de Rolweg 64 te Brugge kwam Pieter-Jan Gezelle wonen op het einde van de Hollandse tijd. In de bevolkingsregisters werd hij op 22 december 1828 als hoveniersknegt ingeschreven, komende van Gent waar hij tuinman was geweest. In dienst van zijn huisbaas Van de Walle werkte hij mee bij een experiment van bebossing waarbij pijnbomen werden overgeplaatst. Pieter-Jan stond ook in voor het onderhoud van de siertuin van de eigenaar. Die bevond zich achter de rechterzijde van het huis welk ter beschikking bleef van Van de Walle als buitenverblijf of zomerhuis.
Pieter-Jan huurde van Van de Walle het linkergedeelte van de woning. Hij deed dienst als hovenier en conciërge van het kleine domein. In het huis kon hij beschikken over een gang, een keuken-woonkamer, de opkamer, de kleine kelder daaronder en een zolder. Een houten trap in de keuken gaf via een luik rechtstreeks toegang tot de zolder. Voor zijn hovenierswerk beschikte Pieter-Jan over de schuur met inrijpoort en een gedeelte van de hoveniersgrond, die echter veel uitgebreider was dan de tegenwoordige tuin. Voor eigen rekening kweekte Pieter-Jan fruitbomen, hagen, cipressen etc.
Hij trouwde op 1 juni 1829 met een boerendochter uit Wingene, Monica Devriese. Ze werd de dag erop te Brugge geregistreerd.
Het echtpaar Gezelle-Devriese zou negen kinderen krijgen, waarvan vijf in leven bleven.
Hun eerste kind, Guido Petrus Theodorus Josephus Gezelle, werd thuis in de Rolweg geboren op zaterdag 1 mei 1830 en nog dezelfde dag voorwaardelijk gedoopt in de parochiale St.-Annakerk.
Na Guido werden in hetzelfde huis geboren:
-        Romain in 1832
-        Louisa  in 1834
-        Désiré in 1836†
-        Een meisje in 1838†
-        Seppen in 1840
-        Een jongen in 1842†
-        Augustinus in 1845 (†1846)
-        Florence in 1847
Twee zoons, Guido en Seppen, werden priester en Florence kloosterzuster. Romain werd vuurwerkmaker en Louisa huwde een kleermaker.
Guido verbleef niet zijn hele jeugd in het ouderlijk huis. Op 16-jarige leeftijd ging hij studeren aan het kleinseminarie te Roeselare waar hij de laatste drie jaren van zijn humaniora doorliep. Nog tijdens zijn collegejaren verhuisden zijn ouders eind 1848 overigens naar een huurhuis aan de overkant van de Rolweg. Guido schrijft vanuit Roeselare 'Ik hoop dat gy het al wel steld in den nieuwen hof. Ik verlang om hem te zien'.
Na het vertrek van de Gezelles werden het woonhuis en de gronden nog door verscheidene andere hoveniersfamilies gehuurd. De laatste huurder wist nog van Van de Walle gedaan te krijgen de woning in 1908 - 1909 uit te breiden.
In januari 1925 werd het domein en het woonhuis eigendom van de Stad Brugge. In opdracht van het stadsbestuur is in 1974 - 1975 het huis in zijn oorspronkelijke toestand gerestaureerd.


Guido thuis en op school

Het gezin Gezelle leefde in een kleine ruimte. De keuken diende tevens als woonkamer en slaapkamer van de ouders. De meisjes, de jongens en een leerjongen sliepen apart op de opkamer en de zolder. De kelder was provisieruimte. Vader Gezelle had een schuur met inrijpoort voor zijn hovenierswerk.
Tot de dagelijkse levenssfeer van Guido's jeugd behoorden de tuinarbeid, de vertrouwde omgang met de natuur, kennis van bomen, bloemen en planten, het opzetten van vogels, de volkswijsheid van de ouders, katholieke geloofsrituelen en devotie, gehoorzaamheid, spaarzaamheid en dreigende armoede. Vader Gezelle was ondanks alles een optimistische buitenmens die hield van praten en gezelschap. Moeder Gezelle was bezorgd en vroom. Tot de familiale traditie behoort het boerenbedrijf en werken in dienstverband.
Guido, geboren op 1 mei 1830, was de oudste zoon van het gezin en zou priester worden. Hij kreeg zijn eerste opleiding in de jaren 1837 - 1839 van een Amsterdamse onderwijzer en een andere Hollander. Over hen verspreidde Guido de legende dat zij hem de haat voor het Nederlands uit het Noorden bijbrachten.
In oktober 1841 begon Guido zijn humaniorastudies aan het bisschoppelijk college te Brugge. Hij trof er een uitstekend lerarencorps. Onder meer een anglofiel, een geschiedkundige en een fabeldichter en redenaar waren daar zijn eerste voorbeelden van kennis, idealisme en welsprekendheid.



Voor meer foto's klik hier

Het Schrijverke

Biografie


Voordracht gedicht Guido Gezelle


Jean Robert Calloigne


Een waadevolle les nav de biografie van Michel van der Plas over Mijnheer Gezelle door Chris van der Linden.

Bespreking van de biografie van Michel van der plas in Boek over Boeken door Frans Duijf

Spoker in Reinaert de Vos door Adelheid Ceulemans