Het verstoorde leven

   Het dagboek van Etty Hillesum vind ik een aangrijpend en ontroerend boek. De openheid en eerlijkheid waarmee Etty de dingen en met name haar eigen beleving beschrijft is confronterend te noemen. Confronterend in die zin dat je jezelf afvraagt zou ik zelf zo eerlijk tov mijzelf kunnen staan, durven staan?
   Het verslag wordt geïntensiveerd door het bewustzijn van een dreigende ondergang. Etty wist dat het slecht zou aflopen. In tegenstelling tot veel mensen die es nicht gewusst hatten zijn de joodse mensen het zich wel bewust. Toch doet Etty geen pogingen te vluchten, zij heeft ook geen haatdragende gevoelens naar de onderdrukkers toe…. Hoe is dit alles mogelijk vraag je jezelf af?
   Het stukje van Wim Cartens in Over en Weer over Etty, heeft mij aangezet het boek en later de brieven te lezen. Ik had het boek al tijden in huis liggen, maar door de foto op de voorflap had ik het gevoel in iets heel intiems te treden en dat weerhield mij in eerste instantie. Door de discussies rond het boek "Brief aan mijn dochters" van Jène van Moorsel kwam het volgende beeld bij mij boven:
   De mens komt hier op aarde en probeert zo goed en zo kwaad als het kan zijn of haar leven te leven. Vragen als "waarom zijn wij eigenlijk hier op aarde" bestaan nog niet. De mens leeft gewoon verder totdat door een crisis of heel zware beslissing deze mens zijn onschuld verliest en geconfronteerd wordt met de vraag: wat vind je eigenlijk zelf?
   Het ervaren probleem wordt van talloze zijden bekeken en steeds doemt er weer een nieuw standpunt op. Wat is het goede om te doen? De twijfel slaat toe want de mens in deze fase weet dat wat hij of zij ook zal beslissen de consequenties op zijn of haar bord teruggelegd zullen worden.
   De eerste fase zou ik de naïeve of paradijs fase van de mens willen noemen de tweede fase, waarin de twijfel en het eigen standpunt een rol speelt zou ik de joodse fase van de mens willen noemen.
   Door deze opstelling krijgen we eigenlijk een heel andere kijk op het joods-zijn. Iedereen kan jood-zijn, iedere mens kan en zal dit eens beleven. Het is een universeel menselijk gegeven.
   Dit jood-zijn is niet gekoppeld aan een ras of een geloof het is een wijze van mens-zijn. En dit maakt de tragedie in de tweede wereldoorlog eigenlijk nog groter. In de tweede wereld oorlog zijn 6 miljoen mensen afgeslacht vanwege hun wijze van mens-zijn. Door mensenhanden werd een ontwikkelingsfase van de mens zelf, een fase waar ieder mens eens doorheen zal gaan als slecht betiteld en vervolgens probeerde men eigenlijk deze ontwikkelingsfase voor goed uit te roeien. Dus de mensen die de joodse mensen vermoordden, probeerden in feite iets wezenlijks in zichzelf te vermoorden.
   En de uitverkoren volk gedachte dan zoals zo vaak geschetst in het oude testament? Mi. wordt hier een enorme misinterpretatie gemaakt. Het kan niet zo zijn dat God de mensheid verdeeld in goede en slechte mensen in uitverkoren en niet-uitverkoren mensen. Waarom niet? Omdat alle mensen geschapen zijn door diezelfde God. Ieder mens heeft groei potentie iedere misdadiger kan zich bekeren. Ieder mens kan een nog groter offer brengen dan hij of zij ooit voor mogelijk heeft gehouden, kijk maar naar Etty zelf. Alleen de mens die in de joodse fase terecht komt, is een bijzondere mens omdat hij of zij alle zekerheid verloren heeft. De naïeve mens weet niet beter, het is zoals het is. De joodse mens ziet de vele zijden van het probleem en weet dat hij of zij door één daad de wereld veranderen kan, ten goede of ten kwade.
   En waar leidt deze joodse fase dan toe? Deze fase leidt tot een punt waarop de mens na grondig onderzoek tot een beslissing komt. Ik doe het zo. Ik zie het zo, alle twijfel verdwijnt. Deze fase wil ik de christelijke fase van de mens noemen. Deze mens heeft zijn eigen zekerheid vastgesteld. Deze zekerheid, waarheid is hem of haar niet opgedrongen door een ander hij of zij heeft deze waarheid zelf vastgesteld. Dit is ook het nieuwe fundament waarop deze mens zijn wereld verder zal uitbouwen, totdat hij of zij weer door de joodse fase heen gaat (breek mijn tempel af) en vervolgens weer tot een nieuw fundament komt. Deze basis, dwz een door de mens zelf vastgestelde basis noemen we geloof.
   En zo zien we dat het christen-zijn een heel ander iets is dan dat je door je ouders gedoopt bent en vervolgens opgenomen wordt in een kerkgemeenschap. Het christen-zijn, het christen worden bewerk je zelf, het is een eigen inspanning.  
   We lezen dan ook in de bijbel dat Jezus toen hij rond de 30 jaar oud was zichzelf liet dopen door Johannes de Doper, een zelfbewuste daad.
   De overgang van het jood-zijn naar het christen-zijn vinden we in zijn volheid terug in het dagboek van Etty of misschien is het nog wel meer de overgang van christen-zijn naar nog meer christen-zijn.

Jan Sterenborg

En waar houdt deze geloofsverdieping dan op? Dit proces van christen-zijn naar nog meer christen-zijn? Dit proces is in principe oneindig en dit is de mens waarschijnlijk gegeven om niet te snel ervan overtuigd te raken dat we er al zijn. Het proces is als de gang van Jezus naar het kruis om Christus te worden een daad van totale zelf opoffering, martelaarschap. En dit martelaarschap is dienend aan het leven, aan het mens-zijn zelf , is niet op zichzelf gericht zoals mensen die vertegenwoordigers van de Islam zeggen te zijn, ons willen doen geloven. De echte Islamieten weten wel beter. Dit martelaarschap is pure zelfopoffering in het volle bewustzijn (met de doornenkroon op). Dit martelaarschap kan ook alleen maar achteraf vastgesteld worden en niet vooraf gepropageerd. De vraag hierbij is gerechtvaardigd, waarom degene die martelaarschap propageert niet zelf reeds een martelaar is?
Want wie wil er nu een martelaar zijn?
En hier zien we mijnsinziens de onnoemmelijke grootheid van de mens Etty Hillesum die in het volle bewustzijn met opoffering van haar eigen leven het mens-zijn gediend heeft. Zij is bij de mensen gebleven en zij heeft ervan getuigd niet vanuit de idee hier word ik beroemd van, maar om de mens te laten zien waartoe de mens in goede en kwade zin in staat is. Hier treffen wij een martelares aan die haar leven gegeven heeft voor de goede zaak: een heel en heilig mens.