EINDVERSLAG INSPRAAKPROCEDURE
Structuurvisie Ouder-Amstel 2007
INHOUDSOPGAVE
1 ONDERWERP VAN DE INSPRAAK 2
2 GEVOLGDE PROCEDURE 2
3 INSPRAAKREACTIES 3
3.1 Algemeen 3
3.2 Duivendrechtse Veld, station Duivendrecht en directe omgeving 4
3.2.1 Multifunctioneel werklandschap 4
3.2.2 A2 Boulevard 5
3.2.3 Station Duivendrecht 5
3.2.4 Bouwhoogten 6
3.2.5 Aanpassingen. 6
3.3 Infrastructuur Duivendrecht 6
3.3.1 Verlagen Van der Madeweg/verbinden Johannes Blookerweg 6
3.3.2 Aanpassingen 8
3.4 Dorpse karakter Duivendrecht en samenloop planvormen. 8
3.5 Ouderkerkerplas en directe omgeving 9
3.5.1 Woningbouw aan de Ouderkerkerplas 9
3.5.2 Aanpassingen 9
3.6 Buitengebied, de Ronde Hoep en de Duivendrechtse Polders 10
3.6.1 Amstelscheg 10
3.6.2 Agrariers 10
3.6.3 Aanpassingen 11
4 CONCLUSIE 11
1 Onderwerp van de inspraak
De Structuurvisie Ouder-Amstel 2007 (Structuurvisie) vormt het richtinggevend kader voor het door de gemeente te voeren ruimtelijk ordeningsbeleid.
De Structuurvisie is géén op uitvoering gericht plan.
Het voorziet in een handelingskader voor de gemeente voor het te voeren ruimtelijk beleid en de gewenste ruimtelijke ontwikkeling en biedt daardoor helderheid aan andere partijen.
De gemeente neemt een bijzondere positie in de regio in.
De rust en ruimte van de groene Amstelscheg is een kernelement van de identiteit van de gemeente en geeft bovendien een meerwaarde aan de stedelijke omgeving van de Amsterdamse regio.
Tegelijkertijd legt diezelfde stedelijkheid een druk op de groene ruimte en daarmee op de identiteit gemeente.
De Structuurvisie neemt dan ook als uitgangspunt het versterken van de eigen identiteit.
De ontwikkeling van het gebied Duivendrechtse Veld biedt een unieke kans om een ruimtelijke relatie tussen de beide kernen van de gemeente te verbeteren.
Tevens kan het gebied bijdragen aan het ontstaan van een nieuw stedelijk milieu in de stedelijk regio van Amsterdam.
De Structuurvisie legt de bestaande kwaliteiten van de gemeente vast en geeft vervolgens de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting aan: ruimtelijk functionele ambities passend bij de gemeente en aansluitend op de regio.
Centraal staat het behoud en versterking van de kwaliteit van de groene ruimte van de Amstelscheg.
Om deze kwaliteiten te benadrukken gaat de gemeente uit van duidelijkheid door het aangeven van grenzen.
Dit komt tot uitdrukking in het versterken van het contrast tussen stad en land.
De essentiële strategische beleidskeuzen in de Structuurvisie zijn:
• behoud en versterking van de Amstelscheg;
• benadrukken stedelijk en landelijk contrast;
• versterken eigen identiteit van de gemeente Ouder-Amstel.
De Structuurvisie is een gemeentelijk beleidsdocument en heeft (nog) niet de status van een structuurvisie zoals bedoeld in de nieuwe Wet op de Ruimtelijke ordening.
De voorliggende Structuurvisie is tijdens het proces wél in het licht van de nieuwe wetgeving opgesteld en kan op eenvoudige wijze op later moment als plandocument onder de nieuwe WRO worden vastgesteld.
Inspraak heeft opengestaan op het beleidsvoornemen Structuurvisie Ouder-Amstel 2007.
2 Gevolgde procedure
Burgemeester en wethouders hebben de Structuurvisie - na positief advies van de raadscommissie ruimte - voor inspraak opengesteld conform de "Inspraakverordening Ouder-Amstel 2004".
Vooruitlopend op de formele openbare kennisgeving is er voor de te voeren inspraakprocedure een vooraankondiging op ondermeer de gemeentelijk website geweest.
In de Amstelgids van 6 december 2007 is de start van de inspraakprocedure bekend gemaakt. De Structuurvisie heeft van 6 december 2007 tot en met 16 januari 2008 ter inzage gelegen. Anders dan gebruikelijk heeft het college in verband met kerst en nieuwjaar op voorhand de inspraakperiode verlengd van vier naar zes weken. Ingezetenen en belanghebbenden hebben tijdens genoemde periode kennis kunnen nemen van het beleidsvoornemen en zijn in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling te reageren.
De Structuurvisie Ouder-Amstel 2007 heeft ter inzage gelegen in:
• het gemeentehuis te Ouderkerk aan de Amstel;
• het Dorpshuis te Duivendrecht;
• de openbare bibliotheek te Ouderkerk aan de Amstel.
Tevens was er de mogelijkheid om de Structuurvisie op de gemeentelijke website te bekijken en te downloaden. Indien gewenst kon tegen vergoeding van de kosten een exemplaar van de Structuurvisie verkregen worden. Ten slotte zijn er twee inloopbijeenkomsten georganiseerd (Ouderkerk aan de Amstel en Duivendrecht) en konden inwoners en anderen één op één met de gemeente spreken (de tafeltjesronde).
Het eindverslag van de inspraak is op 1 april 2008 vastgesteld door burgemeester en wethouders en vervolgens ter kennisname gebracht aan de insprekers. In de Amstelgids van ( ### 2008 nog in te vullen) is gepubliceerd dat het eindverslag is opgesteld. Voorts vermeldt de burgemeester het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.
3 Inspraakreacties
Dit onderdeel voorziet in de overkoepelende beantwoording op de diverse in de inspraak naar voren gebrachte onderwerpen. De beantwoording van de individuele inspraakreacties is als bijlage bij dit eindverslag opgenomen.
De zakelijke weergave van de inspraakreacties doet geen afbreuk aan de beoordeling en beantwoording van de letterlijke inspraakreacties. Vanzelfsprekend maken de ingediende inspraakreacties onlosmakelijk onderdeel uit van dit eindverslag en zijn voor een ieder beschikbaar.
Per onderwerp staat in navolgende aangegeven of en welke aanpassingen er volgen.
De aanpassingen staan nogmaals in onderdeel 5 van dit eindverslag opgesomd.
3.1 Algemeen
Enkele insprekers vinden dat de inwoners in eerder stadium bij het proces betrokken hadden moeten worden.
In het voortraject is er specifiek voor gekozen om met instellingen en organisaties de Structuurvisie te bediscussiëren. Daarvoor zijn workshops georganiseerd en overleggen gevoerd. De gevoerde inspraak is gebruikt om op gestructureerde wijze de meningen van de inwoners en andere belanghebbenden te inventariseren. Met de gevolgde werkwijze zijn ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden concreet voorgelegd aan inwoners.
Ondanks de kritiek op de werkwijze is wél bereikt dat er duidelijke opinies konden worden gegeven. Ten slotte is inspraak voor de gemeente geen sluitstuk van beleidsvorming maar biedt een kader over hoe met reacties om te gaan.
In meerdere reacties wordt gesproken over een zienswijze of bezwaar.
Feitelijk is er sprake van inspraakreactie. Alhoewel dit een strikt formeel aspect betreft, is het nodig om het verschil te benoemen. Aan een zienswijze of bezwaar kent de wet namelijk een andere status toe. Dit betekent bijvoorbeeld dat er op basis van de inspraak geen mogelijkheden voor bezwaar en/of beroep zijn.
Sommige insprekers willen gehoord worden bij niet honoreren van hun reactie.
In het kader van de gevoerde inspraakprocedure is daar geen mogelijkheid voor (behoudens het indienen van een mondelinge inspraakreactie). Het staat een ieder overigens vrij om op andere wijze zijn of haar mening te uiten. Een goed voorbeeld daarvan is het ruim na het sluiten van de inspraaktermijn aanbieden van circa 150 ondertekende brieven tegen de idee voor verlagen van de Van der Madeweg in de kern Duivendrecht.
De gemeente waardeert het dat veel inwoners gereageerd hebben. De doelstelling van het voeren van inspraak is daarmee bereikt. De Structuurvisie, en dus de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente, spreekt de inwoners aan. Het beleidsvoornemen Structuurvisie heeft hiervoor de eerste aanzet gegeven. Op basis van de inspraak maakt het college een afweging voor het uiteindelijk aan de gemeenteraad voor vaststelling voor te leggen beleid.
In komende jaren zal op diverse wijzen het ruimtelijk beleid uit de visie gestalte moeten gaan krijgen. Op verschillende wijzen, want niets is zo veranderlijk als de toekomst.
Daarnaast moet bedacht worden dat de gemeente geen op zich zelf staande entiteit is. In samenhang met de regio, met diverse ruimtelijke ontwikkelingen en claims van andere overheden en partijen, dient de gemeente helderheid te geven over de gewenste ruimtelijkeontwikkelingsrichting van haar grondgebied.
Ten slotte is de Structuurvisie een plandocument dat de opmaat vormt binnen ruimtelijke planvorming voor nadere uitwerkingen. De gemeente formuleert hierin de door haar gewenste toekomstige ruimtelijke ontwikkeling rekening houdend met zowel de lokale als regionale belangen. De uitdaging is om hier een juiste balans in te vinden.
3.2 Duivendrechtse Veld, station Duivendrecht en directe omgeving
3.2.1 Multifunctioneel werklandschap
Uit de reacties omtrent het Duivendrechtse Veld komt duidelijk het spanningsveld lokaal versus regionaal c.q. stedelijkheid naar voren. Insprekers geven vanuit het perspectief van Duivendrecht aan dat grootstedelijkheid niet gewenst is, gelet op het dorpse (soms aangeduid als landelijk) karakter van de kern. Vraagtekens worden gezet bij de praktische haalbaarheid van de ambitie voor een multifunctioneel gemengd stedelijk gebied, met name de realisatie van woningbouw, door de beperkende milieuaspecten.
Andere insprekers menen juist dat het voorgestelde principe van het werklandschap, en de daarbij behorende beoogde stedelijkheid, tekort doet aan de ligging en kwaliteiten van het gebied. Alhoewel deze insprekers ook wijzen op milieuaspecten als beperkende factoren, wordt een schaalsprong gewenst voor het Duivendrechtse Veld die aansluit op het Centrumgebied Zuidoost. Impliciet ligt hier een grondgedachte achter die uitgaat van een noord-zuid gerichte verstedelijkingsas vanaf de station Amstel tot aan AMC. Een indicator voor de mate van gewenste stedelijkheid is de in oktober 2007 door de Principaal opgestelde visie.
Ten slotte leggen diverse insprekers relaties met aspecten zoals verkeer en vervoer, parkeren (in relatie tot het Centrumgebied Zuidoost), kantoorontwikkeling in Pla-BekA verband, de wateropgave bij verstedelijking, de volkstuinparken en de ruimtelijke relatie met de Amstelscheg.
Het Duivendrechtse Veld heeft door de ligging aan de zuidkant van de Amsterdamse regio, in de nabijheid van de Zuidas, het Centrumgebied Zuidoost en Schiphol een steeds grotere wervingskracht op allerlei functies. Het gebied maakt deel uit van een door het rijk in de Nota Ruimte benoemd economisch kerngebied. Tegelijkertijd grenst het gebied aan het Nationaal Landschap het Groene Hart. Voorts kent het gebied een uitstekende ontsluiting voor zowel het openbaar vervoer als de auto.
De visie spreekt zich uit voor een multifunctionele stedelijke ontwikkeling. Hiervoor zijn meerdere redenen. Het komt tegemoet aan de ligging en kwaliteiten van het gebied in de stedelijke regio. Daarnaast doorbreekt het de monofunctionaliteit van het Amstel
Business Park en de grootschaligheid van het Centrumgebied Zuidoost. Een gemengd woon-werk gebied sluit programmatisch goed aan op de directe omgeving en met name de woningbouw ondersteunt en versterkt de functie van het Centrumgebied Zuidoost.
Ten slotte kan de woningbouw een wezenlijke bijdrage leveren aan de randstedelijke woningbouwopgave tot 2030. De gedachte werkfunctie kan op diverse wijzen ingevuld gaan worden. Er is vanuit de markt een grote druk op het gebied. De visie geeft nog geen programmatischeinvulling. Bij concretisering moet terdege aandacht besteed worden aan de diverse sectoren van de vastgoedmarkt zoals bijvoorbeeld voor kantoren. De visie stelt centraal het mengen van functies op stedelijke schaal en doet geen uitspraken over volumes en dergelijke.
De mate van stedelijkheid is een discussiepunt. De keuze voor het ruimtelijk principe van het werklandschap betekent een zonder meer kwalitatief grote uitdaging. Het ministerie van VROM heeft het principe geïntroduceerd voor bedrijventerreinen. De visie verbreedt het principe met een verdergaande functiemenging. Ruimtelijke ontwikkeling vraagt namelijk steeds vaker om innovatieve oplossingen. En in het bijzonder voor de schaarse ruimte in de regio. Dat zou kunnen pleiten voor een hogere stedelijkheid dan thans beoogd. Daarentegen meent de gemeente dat de opgaven voor groen en water als structuurdrager voor de kwaliteit van de stedelijkheid en openbare ruimte goed ingebed moeten worden in de nieuw te vormen stedelijke structuur. Een goed voorbeeld daarvan is het integreren van de volkstuincomplexen, die daarmee een bredere maatschappelijke functie krijgen. Er dient een voor de gebruikers en bezoekers uitnodigende omgeving te komen. Bovenal moet er een accurate ruimtelijke relatie met de Amstelscheg gerealiseerd worden die recht doet aan de kwaliteit van de scheg. Ten slotte is het de ambitie om de kern Duivendrecht in ruimtelijke zin op de oost-west as te verbinden met de groene ruimte van de Amstelscheg zonder afbreuk te doen aan de stedelijke omgeving.
De gemeente kiest voor het Duivendrechtse Veld voor het hanteren van het ruimtelijk principe van het werklandschap met een hoge mate van functiemenging. Het mag duidelijk zijn dat de ambitie voor een wervend nieuw stedelijk milieu niet alleen door de gemeente tot stand kan worden gebracht. De visie geeft de principes, de uitgangspunten, die de gemeente gaat hanteren bij concretisering van de visie. De menselijke maat en schaal staat daarbij voorop. Dit onderdeel leidt niet tot aanpassing.
Sommige reacties gaan concreet in op de uitvoering van het ruimtelijk principe door te spreken over geluidswallen e.d.
De Structuurvisie doet geen uitspraken over een concreet niveau. Juist in de uitwerking zullen diverse aspecten onderzocht en uitgewerkt moeten worden. Het gaat daarbij om onderwerpen als inrichting van de gebieden, woningbouwaantallen, bouwhoogten, metrages vastgoed, verkeerskundige aspecten, inbedding van de bestaande volkstuincomplexen en de wateropgave
3.2.2 A2 Boulevard
Insprekers reageren negatief op de concrete mogelijkheid voor woningbouw langs de A2:
de Stadsboulevard A2.
De Stadsboulevard is echter een metafoor voor het creëren van een open stedelijke rand als overgang naar de Amstelscheg. Niet specifiek bedoeld is om de rand alleen voor een woonfunctie te programmeren. Multifunctionaliteit in het Duivendrechtse Veld dient zowel op gebieds- als gebouwniveau gerealiseerd te worden.
De gedachte in de Structuurvisie is het voorkomen dat de A2 zone langs het Duivendrechtse Veld een doorzetting wordt van het huidige beeld langs het Centrumgebied Zuidoost. Zichtlocaties voor bedrijvigheid langs de A2 ligt niet in lijn met de visie.
3.2.3 Station Duivendrecht
Insprekers zetten soms twijfels bij de huidige functie van het station Duivendrecht.
Met de komst van de Utrechtboog is de overstapfunctie van het station verminderd.
In oost-westelijke richting vervult het station echter nog steeds een functie. In de studie OV-SAAL, onderdeel van Randstad Urgent, is het station één van de schakels die kunnen bijdragen aan een goede OV bereikbaarheid waarmee een oplossing wordt gevonden voor de dichtslibbende regio. Het station is tevens door de provincie aangewezen als regionaal knooppunt. De visie ondersteunt de stationsfunctie. De functionaliteit rondom het stationsgebied (in samenhang met het Duivendrechtse Veld) is daarbij een belangrijk te onderzoeken aspect.
De gemeente wenst de stationsfunctie breder te ondersteunen en een duidelijke relatie te leggen tussen het station, het Duivendrechtse Veld en Amstel Business Park.
Het plangebied Duivendrechtse Veld wordt daarom vergroot tot aan de huidige bebouwing van het Amstel Business Park.
3.2.4 Bouwhoogten
Reeds aangegeven is dat er een spanningsveld bestaat over de mate van stedelijkheid voor het Duivendrechtse Veld. De grondeigenaren (in hoofdzaak slechts vier partijen) spreken zich uit voor een verdergaande verstedelijking en daarmee het volume van de bebouwing. Anders gezegd een grotere dichtheid en hoogte. Met name inwoners uit Duivendrecht verzoeken om het concreet vastleggen van een maximale bouwhoogte. Er wordt ondermeer gewezen op horizonvervuiling, het teloor gaan van het landelijk karakter van de kern en de wens om aan te sluiten op de bestaande historische bebouwing.
De relatie die gelegd wordt met de kern Duivendrecht is voorstelbaar. Daarentegen kent het Amstel Business Park en Duivendrechtse Veld geen historische bebouwing en kunnen de gebieden niet als landelijk gebied getypeerd worden. Ook de kern Duivendrecht maakt sinds jaar en dag geen onderdeel meer uit van het landelijk gebied.
In de Structuurvisie staat verwoord dat bij het Centrumgebied Zuidoost de mogelijkheid bestaat voor een hoogte accent en dat richting het Amstel Business Park gedacht kan worden aan bouwhoogtes van circa 20 tot 25 meter (7 tot 8 bouwlagen).
De Structuurvisie formuleert een integrale ontwikkelingsrichting. Het duiden van indicaties voor bouwhoogten is, evenals de in de visie opgenomen impressie, bedoeld om het gekozen ruimtelijk principe te verduidelijken. Bij het verder uitwerken van de visie moeten zonder meer zorgvuldige studies gedaan worden naar de effecten van de ontwikkeling op de omgeving. In deze trajecten bestaan voldoende mogelijkheden om wederom te reageren op de invulling van de bouwhoogten.
De reeds naar aanleiding van de Structuurvisie gestarte discussie over mate van stedelijkheid, en daarmee impliciet ook de bouwhoogten, is reden om de verwijzingen naar bouwhoogten voor het Duivendrechtse Veld en omgeving station Duivendrecht niet langer op te nemen. De discussie hierover zal dus bij planuitwerkingen voor deze gebieden gevoerd gaan worden. Voordeel hiervan is dat er alsdan meer bekend is over effecten op de omgeving zodat een betere discussie gevoerd kan worden.
3.2.5 Aanpassingen.
• aanpassen grens plangebied Duivendrechtse Veld;
• geen bouwhoogten benoemen in de Structuurvisie.
3.3 Infrastructuur Duivendrecht
De reacties rondom de infrastructuur stellen de dorpse gemeenschap van de kern Duivendrecht centraal. Insprekers menen dat er onvoldoende aandacht is voor de positie van Duivendrecht en vinden de voorgestelde veranderingen in de infrastructuur zonder meer een verslechtering. Daarbij wordt ondermeer gewezen op diverse milieuaspecten.
3.3.1 Verlagen Van der Madeweg/verbinden Johannes Blookerweg
De visie spreekt zich uit voor verlaging van de Van der Madeweg. Het perspectief daarbij is het slechten van de fysieke barrière tussen het noordelijk en zuidelijk deel van Duivendrecht om tot één kern te komen. Met een dergelijke ingreep zou voorts ruimte vrij kunnen komen voor woningbouw. Dit is overigens géén onderliggende doelstelling.
De keuze voor het verlagen heeft zoals insprekers verwoorden een directe relatie met de regionale infrastructuur. De visie onderkent dat de weg thans een doorgaande functie heeft tussen de Gooiseweg en het Amstel Business Park. Het voorstel voor verlagen kent daarom als stringente voorwaarde het afwaarderen van de functie van de weg tot een reguliere straat. Om doorgaand verkeer in de toekomst een alternatief te bieden is er de voorwaarde om de Van der Madeweg aan te sluiten op de A10: de verbinding via de Johannes Blookerweg.
Insprekers benoemen vele bezwaren tegen de verlaging van de Van der Madeweg. Vaak is verwoord dat de weg in het geheel niet als barrière wordt gezien. Ook zou de verhoogde ligging zorgen voor verkeersveiligheid doordat er geen gelijkvloerse kruisingen zijn en zorgt de verhoogde ligging voor minder milieuoverlast. Tevens typeren insprekers de taluds als groen lint in de kern met natuurlijke waarden. Voorts brengen insprekers aspecten naar voren zoals planschade, verlies uitzicht, geen weg door achtertuin, et cetera.
De idee voor verlaging Van der Madeweg draagt vanuit de visie bij aan het behoud en de versterking van de identiteit van Duivendrecht door het verbinden van de twee delen. De insprekers geven aan dat de verhoogde ligging meer voordelen biedt en onderdeel uitmaakt van de identiteit van de kern; de geïsoleerde ligging van Duivendrecht maakt de kern die het nu is. Daarnaast worden grote vraagtekens gezet bij het afwaarderen van de doorgaande functie tot reguliere straat. Alhoewel de idee voor verlaging van de weg bij kan dragen aan de kwaliteit van de kern, zijn voor een concrete uitwerking uitgebreide onderzoeken noodzakelijk om de effecten op lokaal en regionaal inzichtelijk te maken. De inspanning voor een dergelijk in te zetten proces wegen op dit moment niet op tegen de voordelen benoemd door de insprekers. De ambitie voor verlaging van de Van der Madeweg wordt dan ook niet in de Structuurvisie gehandhaafd.
In het beleidsvoornemen is aan de verlaging van de Van der Madeweg gekoppeld de verbinding met de A10: de Johannes Blookerweg. Met het niet langer handhaven van de ambitie om de Van der Madeweg te verlagen, vervalt eveneens de aansluiting op de A10.
De gedachte aansluiting is van waarde voor de doorstroming op het regionale verkeerswegennet.
Met het oog op bestaande en toekomstige ontwikkelingen in de directe omgeving van de kern Duivendrecht - zoals de transformatie van het bedrijventerrein naar een woongebied (project Overamstel) - kan de aansluiting desalniettemin noodzakelijk worden. Het ligt in de lijn van het in de Structuurvisie neergelegde beleid om te voorkomen dat hierdoor meer verkeer door de kern Duivendrecht gaat rijden.
Wanneer er in de toekomst door externe ontwikkelingen de noodzaak ontstaat voor een aansluiting op de A10 zal dat altijd in samenhang met de Van der Madeweg bezien moeten worden.
3.3.2 Doortrekken Rijksstraatweg/openstellen busbaan
De reacties op het herstel van het oude tracé van de Rijksstraatweg en het openstellen van busbaan voor autoverkeer zijn veelal negatief. Insprekers gaan er vanuit dat er een verbinding met Amsterdam Zuidoost tot stand komt. Ook vreest men voor directe aantasting van het zogeheten Weitjespark en de aantasting van hun leefomgeving door (geluids)overlast.
Het opheffen van de fysiek barrière van het station Duivendrecht is een uitgangspunt om de kern ruimtelijk beter te verbinden met de gemeente. Het daadwerkelijk herstel van de historische verbinding van de Rijksstraatweg is echter niet mogelijk. Overigens zou dit wel een meerwaarde geven aan de historische en culturele identiteit van de kern. Het toegankelijker maken van de bestaande infrastructurele verbinding van de busbaan richting de Stationsweg is benoemd als alternatief voor het ruimtelijk verbinden. De visie doelt dan ook niet op een verbinding naar Amsterdam Zuidoost.
Het openstellen van de busbaan voor autoverkeer blijkt het cruciale onderwerp. Het in de toekomst toegankelijker maken voor fietsers en voetgangers wordt niet benoemd.
Evenals bij de Van der Madeweg, blijkt ook hier dat de geïsoleerde ligging voor met name autoverkeer als belangrijke kwaliteit voor Duivendrecht wordt gezien.
Het toegankelijk maken van de busbaan richting Stationsweg voor langzaam verkeer blijft gehandhaafd. De mogelijkheid voor het verbeteren van de autotoegankelijkheid wordt niet langer nagestreefd. Het verder ontwikkelen van een langzaam verkeersroute via de busbaan zal in samenhang met de ontwikkeling van het Duivendrechtse Veld één van de kernelementen vormen voor het verbinden van de kern met de groene ruimte van de Amstelscheg.
3.3.3 Aanpassingen
• Verlaten ambitie verlagen Van der Madeweg
• Niet openstellen busbaan tussen Rijksstraatweg en Stationsweg voor autoverkeer
3.4 Dorpse karakter Duivendrecht en samenloop planvormen.
In het vorige onderdeel is verwoord dat sommige insprekers menen dat er onvoldoende aandacht is voor de positie van de kern Duivendrecht. Andere insprekers maken dit meer concreet en menen dat de kern Duivendrecht een economisch knooppunt gaat worden.
Met name wordt daarbij verwezen naar de planvorming rond het centrum van Duivendrecht bekend als "Dorpshart Duivendrecht". Er zijn daarentegen ook insprekers die deze planvorming complimenteren. Voorts wijzen insprekers op de onduidelijkheid rondom de verschillende ruimtelijke plannen die in het afgelopen jaar in Duivendrecht aan de orde waren.
Ruim voor aanvang van de Structuurvisie is gestart met de planvorming voor het Dorpshart Duivendrecht. Het opnemen van het plan Dorpshart Duivendrecht en omgeving is logisch omdat de visie de bestaande initiatieven inventariseert en benoemt.
De planvorming voor het Dorpshart is geen nieuw beleid. Het plan richt zich hoofdzakelijk op de het versterken van de bestaande functionaliteit van het centrum. De typering van het bestaande winkelcentrum als buurtwinkelcentrum geeft geen aanleiding om te spreken over het ontwikkelen van economisch knooppunt. De lokale consument is de doelgroep voor het winkelcentrum en de andere voorzieningen in het Dorpshart.
Er is sprake van samenloop van diverse ruimtelijke plannen. Voor diegenen die niet werkzaam zijn in het vakgebied kan dit verwarrend lijken. In de afgelopen periode zijn aan de orde geweest de voorliggende Structuurvisie, het bestemmingsplan Duivendrecht 2007 en de planvorming voor het Dorpshart Duivendrecht.
Het bestemmingsplan legt de bestaande situatie juridisch planologisch vast. Een bestemmingsplan heeft een 'houdbaarheid' van 10 jaar op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De Structuurvisie heeft een geheel andere insteek dan een bestemmingsplan.
Op hoofdlijnen schetst de visie een gewenst ruimtelijk toekomstbeeld en heeft dus een ander vertrekpunt. In de planvorming voor het Dorpshart is sprake van een Stedenbouwkundig Programma van Eisen. Hierin wordt een stedenbouwkundig plan voorgesteld voor concrete verandering van de bestaande situatie.
Insprekers geven aan dat idealiter de planvormen opeenvolgend behoren te zijn. In wezen duidt dit op de wens tot 'blauwdruk planning' en in feite maakbaarheid van de samenleving. De praktijk is echter weerbarstig en nieuwe ontwikkelingen volgen elkaar snel op. De grondgedachte in de visie is om juist hier richting aan te geven door het doen van generieke beleidskeuzen, maar de vraag blijft: Wie kan met zekerheid de toekomst voorspellen? En is deze toekomst in een planningsmethodiek vast te leggen?
Vanzelfsprekend is er begrip voor de reacties, maar de situatie in Ouder-Amstel is niet anders dan elders Nederland.
3.5 Ouderkerkerplas en directe omgeving
De visie geeft aan dat er bij de Ouderkerkerplas kansen zijn voor niet-seizoensgebonden recreatie en bijzondere voorzieningen, zoals een conferentieruimte. Op het onderwerp conferentieruimte zijn veel gelijkluidende reacties ontvangen. De aantasting van de Ouderkerkerplas door de aantrekkingskracht van een conferentieruimte en het gebruik staat daarin centraal. De vrees bestaat tevens voor behoefte aan een hotelfunctie als afgeleide van bijvoorbeeld meerdaagse conferenties.
Recreatie is en blijft de primaire functie van het gebied Ouderkerkplas. Ook nietseizoensgebonden voorzieningen passen hierbij. Alhoewel er in de praktijk sprake kan zijn van samenhang tussen een conferentieruimte en een hotelfunctie is daar in de visie geenszins sprake van. De Structuurvisie spreekt zich juist uit voor het bieden c.q. waar mogelijk faciliteren van overnachtingsmogelijkheden in de kern Ouderkerk aan de Amstel (conform het gemeentelijke economische beleid).
Er is een artikel 19, lid 2, procedure gestart voor het realiseren van een voorziening in het gebied. Het vigerende bestemmingsplan biedt reeds mogelijkheden voor een voorziening, zij het in kleinere vorm. Voor deze te realiseren voorziening is er sprake van bestaand beleid.
Een suggestie uit de inspraak is om de visiekaart niet de term conferentieruimte, maar 'recreatie en horeca' te gebruiken. Deze suggestie wordt overgenomen en tevens wordt de zinsnede "zoals een conferentieruimte" niet in de tekst van de visie opgenomen.
3.5.1 Woningbouw aan de Ouderkerkerplas
Enkele insprekers gaan in op de mogelijkheid voor woningbouw tussen de Hogendijk en de Holendrechterweg nabij de Ouderkerkplas. Argumenten tegen richten zich op de aantasting van groen, natuur, nadelen voor de recreatieve functie in samenhang met bestaande functies zoals de manege en het verloren gaan van de zichtlijnen vanaf de Holendrechterweg.
Een andere reactie wenst een meer specifieke aanduiding op de visiekaart.
De locatie nabij de Ouderkerkerplas is de laatste potentiële locatie om te bouwen. Bestaande ruimte wordt benut zonder de Amstelscheg daadwerkelijk aan te tasten. Tegelijkertijd verbindt de locatie deze zijde van de kern Ouderkerk aan de Amstel met het water van de plas waarbij een duidelijk grens wordt getrokken. De mogelijke ontwikkeling blijft op afstand van de oevers van de Ouderkerkplas, zodat de recreatieve functie niet wordt aangetast. Er zal sprake zijn van het teloor gaan van enige groene ruimte. Uitgangspunt in de visie is dan ook een goede en natuurlijke inpassing van woningbouw in het gebied aansluitend op de ruimtelijke kwaliteit. Tot deze kwaliteit behoren ook de zichtlijnen (zover daar nog sprake van is gelet op de bestaande bebouwing aan de Holendrechterweg).
Mede gezien de ruimtelijke kwaliteiten wordt in de visie opgenomen dat er sprake moet zijn van woningbouw in een lage dichtheid. Zonder medewerking van eigenaren kan in het gebied geen ontwikkeling plaatsvinden. Het op perceelsniveau duiden van de mogelijkheid voor woningbouw staat op gespannen voet met de generieke uitspraken in de Structuurvisie.
De reacties geven aanleiding voor het in de visie aangeven dat er sprake moet zijn van woningbouw in een lage dichtheid. Overigens zal wel de bij de tekst ondersteunende visiekaart aangepast worden zodat de aanduiding 'Wonen aan het water' niet direct tot de oevers van de Ouderkerkerplas doorloopt.
3.5.2 Aanpassingen
• Conferentieruimte op visiekaart benoemen als 'recreatie en horeca'
• Niet opnemen tekst "zoals een conferentieruimte"
• Woningbouw nabij Ouderkerkerplas in lage dichtheid aan tekst toevoegen
• Duiding woningbouw nabij Ouderkerkerplas op visiekaart aanpassen
3.6 Buitengebied, de Ronde Hoep en de Duivendrechtse Polders
Uit de reacties blijkt dat het uitgangspunt voor behoud en versterking van de Amstelscheg breed gedragen wordt. De gemeente als ' hoeder van de groene ruimte' spreekt aan. Daarentegen komt ook naar voren dat de meningen over het uitgangspunt benadrukken van stedelijk en landelijk contrast uiteenlopen.
3.6.1 Amstelscheg
De Amstelscheg maakt onderdeel uit van het Nationaal Landschap het Groene Hart.
Daartoe behoort niet alleen de polder Ronde Hoep, maar ook de Duivendrechtse polders.
De keuze voor behoud en versterking van de Amstelscheg draagt in het algemeen bij aan de waarde van het Groene Hart en meer bijzonder aan de kwaliteit van het stedelijk milieu van Amsterdam. Stedelijke projecten zoals de Zuidas, maar ook de toekomstige ontwikkeling van het Duivendrechtse Veld ontlenen een meerwaarde aan de directe nabijheid van de groene ruimte van de Amstelscheg. De intrinsieke waarde van de scheg ligt in de openheid die vanaf de randen beleefd wordt. Voorkomen moet worden dat de openheid dichtslibt door te voorzien in 'groene' stedelijke ruimteclaims (sportparken, stadsparken, golfbanen). Met name de Duivendrechtse polders staan hierbij onder grote druk.
Het benadrukken van het stedelijk en landelijk contrast geeft uitdrukking aan de openheid van de Amstelscheg. De randen van het gebied, van waaruit de openheid beleeft wordt, zijn in feite al een harde grens. Door de nadruk hier op te leggen, wordt duidelijk dat er 'naar binnen' toe geen wezenlijke veranderingen kunnen en mogen plaatsvinden.
3.6.2 Agrariers
De functie van de agrariër en het toekomstbeeld van de sector wordt te negatief geschetst volgens insprekers. Ook gaan insprekers in op de onwenselijkheid van struinroutes, de bestendiging van cultuurhistorische waarde van de Stelling van Amsterdam, het plas-dras gebied aan de zuidzijde van de A9 (landje van Geijsel), de calamiteitenberging Ronde Hoep en de stadscamping.
De visie stelt de agrariër centraal als drager van het open en cultuurhistorisch landschap.
Tegelijkertijd moet onderkend worden dat in het algemeen de agrarische sector op de lange termijn onder druk staat in Nederland (schaalvergroting, economisch perspectief, bedrijfsopvolging, planologische druk). Dat de agrariër in de visie een toekomst heeft in de gemeente, doet daar niets aan af. De visie biedt juist de mogelijkheden om de agrarische bedrijfsvoering voort te zetten. Het versterken van de recreatieve functie van de Amstelscheg biedt zowel lokaal als regionaal economisch perspectief. Tegelijkertijd kan hierdoor de naamsbekendheid vergroot worden. Ook daar gaat overigens impliciet een beschermende werking vanuit.
Concrete ruimtelijke ingrepen voor het versterken van de recreatieve functie zijn ondermeer de struinroute door de Ronde Hoep. Dergelijke routes zijn onverhard, zijn met stringente gebruiksvoorwaarden te omkleden (bijv. 's winters niet toegankelijk) en kunnen niet tot stand komen zonder medewerking van eigenaren. De idee dat er separate fietspaden zouden komen of de polder zouden doorsnijden is niet aan de orde. Versterking van het rondje Ronde Hoep kan bijvoorbeeld goed plaatsvinden door aansluiting op het regionale fietsknooppunten netwerk. In de visie wordt het zogeheten landje van Geijsel als plas-dras gebied benoemd. Het is juist de gradiënt tussen droog en nat die voor natuurwaarden zorgt. Niet voorgesteld wordt om een open water gebied te creëren.
De voorgestelde stadscamping ligt buiten het grondgebeid van de gemeente. Het is wel een functie die bij zou kunnen dragen aan de recreatieve waarde van het gebied en de naamsbekendheid. De ideeën voor het ' kamperen bij de boer' spreken echter meer aan. Mede gezien vanuit het perspectief voor ondersteuning aan de agrarische bedrijfsvoering.
Bij nadere beschouwing kan een stadscamping evenzo bedreigend zijn voor de openheid van de Amstelscheg als bijvoorbeeld een golfbaan. Om die reden wordt een camping in de kop van de Amstelscheg niet langer nagestreefd.
De door insprekers aangegeven aanscherpingen (zie hieronder) worden waar mogelijk in de tekst en op de visiekaart verwerkt. Het mag voorts duidelijk zijn dat de kaart niet de pretentie heeft om uitputtend te zijn.
3.6.3 Aanpassingen
• Begrenzingen en aanduiding van de schootsvelden en inundatiegebieden van forten
(zover van toepassing) aangeven in het duurzaam structuurbeeld
• Opnemen de Gemeenschappelijke Regeling Groengebied Amstelland in tekst
• Naamgeving ringvaart rond de Rondehoep aanpassen naar veenriviertjes
• Stadscamping niet opnemen.
4 Conclusie
De ingediende inspraakreacties, alsmede de afwegingen op basis van de gemaakte opmerkingen, leiden voor het college van burgemeester en wethouders op onderdelen tot aanpassing van het beleidsvoornemen Structuurvisie Ouder-Amstel 2007.
In navolgende zijn de aanpassingen opgesomd.
Duivendrechtse Veld, station Duivendrecht en directe omgeving
• aanpassen grens plangebied Duivendrechtse Veld;
• geen bouwhoogten benoemen in de Duivendrechtse Veld.
Infrastructuur Duivendrecht
• Verlaten ambitie verlagen Van der Madeweg;
• Aansluiting Johannes Blookerweg altijd in samenhang met aanpassing Van der Madeweg bezien;
• Niet openstellen busbaan tussen Rijksstraatweg en Stationsweg voor autoverkeer Ouderkerkerplas en directe omgeving
• Conferentieruimte op visiekaart benoemen als 'recreatie en horeca'
• Niet opnemen tekst "zoals een conferentieruimte"
• Woningbouw nabij Ouderkerkerplas in lage dichtheid aan tekst toevoegen
• Duiding woningbouw nabij Ouderkerkerplas op visiekaart aanpassen
Buitengebied, de Ronde Hoep en de Duivendrechtse Polders
• Zover van toepassing opnemen van de schootsvelden en inundatiegebieden van forten
in het duurzaam structuurbeeld;
• Opnemen de Gemeenschappelijke Regeling Groengebied Amstelland in tekst;
• Naamgeving ringvaart v.s. veenriviertje en aspecten als droogmakerij verbeteren;
• Idee stadscamping in Groot Duivendrechtse Polder niet opnemen.
Verzendlijst inspraak
(overzicht van de ingediende inspraakreacties)