Laten we het er wel over hebben?

Als voorzichtig commentaar op het Artikel van Fouad Laroui wil ik het volgende inbrengen:
Mi lopen verschillende zaken door elkaar in het artikel van Fouad "laten we het er een tijd niet over hebben" maar voor ik daar op in ga wil ik meteen met de deur in huis vallen: omdat we het er 2000 jaar niet over gehad hebben, zitten we nu met de gebakken peren….
We hebben het er wel over gehad maar dat draaide uit op kruistochten afslachtingen verketteringen etc……fysiek geweld…
Maar als de strijd in de discussies had gewoed, was er misschien wel meer vooruitgang geboekt en hier zit mi meteen de crux van de materie: het fysieke wordt met het geestelijk verward.
Wat een geestelijke waarde zou kunnen zijn wordt vertaald als iets fysieks.
Zo zien vele moslims en christenen het zwaard als een echt fysiek zwaard terwijl het zwaard in de geestelijke betekenis een vermogen is: "het onderscheidingsvermogen" en dan wordt het verhaal heel anders.
Zo ook met het geloof en ik spreek er hier toch over omdat we dit gegeven na meer dan 2000 jaar een plaats moeten geven of kunnen we leven met het feit dat we 2000 jaar en meer bedrogen zijn? Ik niet.
Heel vroeger had ieder mens zijn of haar eigen Godje dit gegeven komt steeds meer terug of het nu een auto is of een mp3 speler of een sportheld allemaal zaken die een soort Goddellijk magische status krijgen en zolang dit niet tot groepsvorming leidt is er weinig aan de hand. Ik mijn (af)God en jij de jouwe niks aan de hand……
Nu gebeurt het volgende mensen gaan zich groeperen rond een God en zeggen onze God is de beste… nog niks aan de hand toch fuck you, dikke lul en dan een biertje lekker toch?
Maar nu wordt die ene groep met de bepaalde God steeds groter en fysiek steeds machtiger en die groep gaat onderling elkaar de baantjes en de voordeeltjes toespelen en de buitenstaanders krijgen het steeds beroerder wat dan?
Stront aan de knikker want de buitenstaanders voelen zich in hun fysieke existentie bedreigd… de gevolgen zijn bekend..
Dan is er nog een andere kant aan het probleem mensen die er in het leven niet uitkomen geestelijk dan wel fysiek zoeken steun bij anderen en het gevaar is groot dat ze dan geïndoctrineerd worden dwz volgegoten worden met ideeën die niet uit hen zelf afkomstig zijn wat dan?
Dan heb je nog meer stront aan de knikker want deze mensen zijn niet meer aanspreekbaar op hun eigen verantwoordelijkheid en kunnen dus door anderen gemanipuleerd worden: de domme schapen die achter hun herder aanlopen……
Dus zowel in het fysieke als in het geestelijke domein liggen gevaren, bronnen van agressie, misleiding en geweld.
Nu zijn alle mensen vrij zich in het fysieke te verenigen en belangengroepen te maken en zo macht uit te oefenen.
Wij hebben lekker veel olie en jullie niet dus kunnen wij voor onze olie bepaalde dingen terugkrijgen en zo niet dan draaien we de kraan een beetje dicht… we zien aan dit beetje dat het geen absolute machtspositie is want gaat de kraan helemaal dicht dan gaan de massa's zich bewegen en wordt de olie goedschiks dan wel kwaadschiks gehaald.
In het geestelijke domein ligt het wel een beetje anders.
In het geestelijke domein kunnen mensen zich ook organiseren en dan krijg je net zoals dat in kerken gebeurt een hiërarchie van belangrijke personen en die gaan van boven naar beneden vertellen hoe de vork in de steel zit.
Pure misleiding met de beste bedoelingen en in strijd met het geestelijke principe van individuele vrijheid. In het geestelijke domein is de mens vrij. Hij of zij kan denken wat ie wil. Deze persoon kan ook door eigen inspanning tot nieuwe en andere inzichten komen.
Zijn we op het fysieke vlak een gebondenheid aan de stof in het geestelijke zien we een ongebondenheid.
Deze ongebondenheid kan leiden tot willekeur of tot verantwoordelijk zedelijk gedrag.

Sorry, dat ik zo hard van stapel liep maar 2000 jaar is niet niks.
Nu eerst het artikel zelf:
Fouad begint eerrst met de brief en de personen die hij allemaal kent in het circuit en respecteert deze personen ook.
Dit vind ik een zeer elegante manier om een gevoelig artikel te beginnen,
Dan beschrijft Fouad dat hij zich al van kinds af aan verzet heeft tegen verklaringen over het geloof of zijn geloof eerst was dat vanuit intuitie en later gesterkt door inzichten.
Dan beschrijft hij het voorval van de franse filosoof Serres en de journaliste.
Dit voorval heeft hem nog meer overtuigd maar hij zou de benadering zelf niet inzetten.
Dan beschrijft hij een situatie van zijn studenten over het wel dan niet Moslim zijn. Het meningsverschil wordt beslecht door zijn eigen informatie die nog onbekend was bij zijn studenten.

In die geweldige kakofonie der geloven is er weinig kans dat twee personen er precies hetzelfde over denken, je hoeft maar een beetje te peuteren en de verschillen in interpretaties en definities doemen op. Daarover is elke discussie van begin af aan zinloos. Want, wat heb je eraan te roepen: ik ben christen, ik ben moslim, ik ben rastafari, als er altijd wel iemand is die je die identiteit ontzegt?
Men zou kunnen tegenwerpen dat de gelovige de erkenning van anderen niet nodig heeft en dat hij weet wie hij is. Helaas is het gebruik van dat werkwoord 'zijn' de bron van vele onlogische vergissingen…..
Je kunt jezelf afvragen of het zinnig is te wachten dat twee of meer mensen er hetzelfde over denken? Het lijkt mij dat juist in de discussies de verschillen boven water komen en er een mogelijkheid zich voordoet om tot een betere afstemming te komen.
Idealiter zou net zoals bij het voetbal waarbij toch iedereen zonder slag of stoot de spelregels accepteert maw er een gelijke basis van vertrek is er in de discussies een basis zou moeten zijn…. maar ook al zou die er zijn dan houden de discussies toch niet op? Kijk maar naar het voetbal. Het is zelfs zover dat voetbal tot oorlog is verheven hoewel het toch maar een spelletje is? Een spelletje? Het is geen spelletje!  het is mijn trots, mijn status, mijn leven, mijn zin-geving, mijn alles, blijf er met je vieze poten van af anders schup ik je….

Spreken is zilver en zwijgen is goud

En dit spreekwoord noopt Fouad ertoe de geloofsdiscussie in het mortuarium te stoppen ik bedoel natuurlijk moratorium.
Misschien heeft hij gelijk
Ik wil het proberen
Ik weet niet of het lukt
Wordt het koeken of peren?
Zo te zwijgen tot mijn dood
Niets te zeggen
Niets te vragen
Niets dan een glimlach
Gelijk een God
In alomvattendheid
In zijn en haar eenzaamheid
Zichzelven genoeg
En toch bezig
Alsmaar bezig
Als eeuwig Zijn
Transformatie na transformatie
Dan weer zus
En dan weer zo
Dan weer dit
En dan weer dat
En dan
Ontmoet ik jou
Mijn lief
Oneindig verlangen
Ik zou willen schreeuwen
Ik zou willen huilen
Waar was je?
Waar was je?
Ik heb je zolang gezocht
Jij zegt niets
Ik zeg niets
Ik glimlach en jij glimlacht
Samen verder
Eenzaamheid als waakvlam
Ik vlucht naar jou
Oase
Voed mij
Laaf mij
Droog nooit op!




………




.


1



..  een en nog een








……..   een en nog een en nog een en nog een
Veel
En nog veul meer
?
In mijn zwijgen word ik aan God gelijk
In mijn zwijgen toon ik mijn almacht
dus spreek ik liever
spreek ik veel
tot mijn tong het begeeft
en toon ik mijn kwetsbaarheid aan jou
medemens

ben ik mens met jou en jou en jou
medemensen

en waarom het goud zo fel begeren
als het zilver voor het grijpen ligt
bescheidenheid
boven
trots
Jij bent gek                  ik vind jou gek
ik ben een moslim      ik voel mij een moslim
hij is een hufter            ik vind jou een hufter
de hemel is blauw       voor mij ziet de hemel er blauw uit
Misschien geeft Fouad hier het voorbeeld hoe het niet zou moeten. Je eigen studenten tot de orde roepen met informatie die jij hebt en zij niet en dan nog verwijzen naar een externe autoriteit. Ik moest de gemoederen tot bedaring brengen en wees de een en de anderen erop dat de universiteit moskee Al-Aszhar in Cairo, de hoogste soennitische autoriteit, officieel heeft erkend dat sjiieten ook moslims zijn.
Godje spelen? Hier draait het nu precies om in het geloof je moet je eigen geloofbasis leggen alles wat van buitenaf komt is uit den boze dwz je mag wel gegevens van buitenaf opnemen maar je moet ze zelf waarderen je mag de gegevens cq argumenten niet rechtstreeks overnemen. Het lijkt mij daarom beter de studenten te laten ervaren dat het er in het leven niet toe doet of je moslim bent of niet maar dat het erom gaat mens te zijn maw je eigen autoriteit te zijn of te worden. En vandaaruit is een Paus ook misleidend.
Zie ook:

Taalregels volgens Guido Gezelle uit "Mijnheer Gezelle" de biografie over Guido Gezelle door Michel van der Plas blz: 362-363.

…..
Zelf sprak Gezelle overigens altijd Westvlaams. We hebben daarover een getuigenis van Willem de Vreese, de taalkundige die in Gezelles laatste levensjaren inzicht kreeg in diens woordencollectie en die hem dikwijls ontmoette in de Koninklijke Academie. Hoe hij ook schreef, aldus De Vreese, hij sprak heel anders: gewoon Westvlaams, nee, 'eigenlijk Brugsch, dat hij slechts bij uitzondering een heel klein weinigje aankleedde'.

Remi Ghesquiere, die hem als organist van de O.L. Vrouwe-kerk goed zou leren kennen, vatte het taalgebruik van de Kortrijkse onderpastoor als volgt samen: 'In zijn mond was dat geen straattaal, geen Kortrijks, geen Poperings, geen Brugs, maar een soort algemene oud-Vlaemsche tale, zoals Van Maerlant en Ruusbroec die schreven en de doorsnee-Westvlaming ze thans nog spreekt.'

Ook herinnerde Ghesquiere zich levendig de regels die Gezelle aanbeval om goed Vlaams te schrijven: 'Hij gaf me een drietal wenken, die ik nog nooit gelezen of gehoord had.

Ten eerste vermijdt het hulpwerkwoord zijn als zelfstandig werkwoord te gebruiken. Zeg niet: hij is daar, maar hij zit, ligt, woont daar.
't Zelfde voor hebben, schrijf niet: hij heeft veel geld, maar hij bezit veel geld, hij lijdt veel pijn.

Ten tweede, het Vlaams houdt van het werkwoord en vooral de noemvorm. Schrijf niet: het werk is zalig, maar werken is zalig. Ge moogt zelfs de noemvormen ophopen en zeggen: 'k Ben gaan kijken blussen.

Ten derde, het Vlaams houdt van stafrijmen: man en muis, kind noch kraai enz. Daarbij sprak hij nog van het vermijden van bastaardwoorden ("schuimwoorden" doopte hij ze), het vasthouden aan het ontkennende 'n en aan de zwakke e (zake, tale).'

….