In verband met het nauwe contact dat door mijn opa doorlopend moet worden onderhouden met de verschillende mijndirecties en de aan hem opgedragen leiding over meerdere strafgestichten wordt mijn opa, C.A. Arnoldus, in 1949 benoemd tot 'Hoofddirecteur van de Strafgestichten in de mijnstreek'.

In 'OPEN GESTICHT' nummer 9 van het maandschrift voor het gevangeniswezen van januari 1950 lees ik het artikel.




'Het "Open Gesticht" in de praktijk'

Juiste overgang naar de maatschappij

Naar aanleiding van voorgaande beschouwingen over het 'open gesticht' hebben wij ons gewend tot de Hoofddirecteur van de Mijngestichten, de Geneesheer-Directeur van de Rijksasyls voor Psychopathen te Avereest, De Directeur van de Bijzondere Strafgevangenis voor Jonge Mannen te Zutphen en de fg. Directeur van de R.W.I. Bergveen te Norg, met het verzoek een en ander te willen mededelen over de ervaringen welke zij met het systeem 'open gesticht' of 'open afdeling' hebben opgedaan.
Het feit, dat men in bovengenoemde gestichten te maken heeft met politieke delinquenten, ter beschikkinggestelde psychopathen alsmede criminele jeugdigen, maakt de hieronder volgende meningen van genoemde functionarissen van groot belang.
Red.






Verlofregeling in de Strafgestichten Mijnstreek

De Heer Chr. A. Arnoldus schrijft:



Mijnarbeid is zeer zware arbeid, wordt onder bijzondere omstandigheden van atmosfeer en temperatuur verricht en vraagt gespannen aandacht voor eigen en algemene veiligheid.
Dergelijke arbeid kan niet over lange tijd ononderbroken worden verricht. Er is periodieke rust nodig, in het belang van de productie, in het belang vooral van de man.
Dit was de grond voor de verlofregeling met behoud van loon voor de gedetineerde mijnwerkers die begin juli 1949 haar beslag kreeg. Voor elke twee maanden ondergrondse mijnarbeid na de eerste volle kalendermaand wordt een dag verlof toegekend. Als regel wordt dit verlof in perioden van drie aaneensluitende dagen opgenomen, alzo telkens na 6 maanden arbeid drie dagen vakantie.
Ja, vakantie, want hier lag een taak om dit verlof niet alleen als rust te doen doorbrengen, doch een zodanig programma samen te stellen, dat de verlofganger los komt van de druk van het gestichtsleven en verfrist naar lichaam en geest na genoten verlof zijn werk kan hervatten.
Zij, die niet verder dan 8 maanden van de datum hunner mogelijke voorwaardelijke invrijheidstelling verwijderd zijn, mogen bij gunstige omstandigheden in die resterende tijd driemaal twee werkdagen in aansluiting op een zondag in eigen gezin of ouderlijk huis doorbrengen.
Voor de anderen is een verlofcentrum in de Rijkswerkinrichting Passart te Treebeek ingericht.
Twee eenvoudige huiskamers met aangrenzende slaapvertrekken, alles in huiselijke sfeer gehouden en elk bestemd voor 12 gasten. Een iets feestelijker maaltijd aan gedekte tafels met normaal eetservies verhoogt de stemming. In deze gastverblijven kunnen ze zoals thuis op hun gemak hun krantje lezen, een brief schrijven, naar de radio luisteren of op een bank in het rotstuintje van het prachtige uitzicht op Limburgs heuvelland genieten.
De eerste dag geeft extra bezoek gedurende 4 uur, 's morgens van 10 tot 12 uur en 's middags van 2 tot 4 uur. Verlofgangers in burgerkleding en bezoekers zitten ongedwongen in de ontspanningszaal aan tafeltjes, er wordt een kop thee met een koekje gepresenteerd en het laatste half uur, worden zowel 's morgens als 's middags enkele muzieknummers uitgevoerd.
De tweede en derde dag worden bij gunstig weer wandelingen gemaakt in de omgeving, met gelegenheid tot zwemmen in een openbaar zwembad. Bij ongunstig weer worden musea of bezienswaardigheden in Zuid-Limburg bezocht, alles besloten met een bioscoopje op de laatste dag.
In het derde kwartaal profiteerden hiervan 668 gedetineerden. Deze brachten hun verlof door:
   In eigen gezin                                                                159 of 24%
   In ouderlijk huis                                                                160 of 24%
   In verlofcentrum wegens te lang strafrestant                322 of 48%
   Om andere redenen                                                        27   of   4%
De ervaringen zijn gunstig. Het is hun ernst met de belofte, die de verlofgangers schriftelijk afleggen en waarbij zij beloven zich in elk opzicht het vertrouwen waardig te zullen tonen. De uitzondering bevestigt de regel: we hadden één geval waarbij een gedetineerde die zijn verlof buiten het gesticht doorbracht, buiten zijn boekje ging en één groep uit het verlofcentrum die zich niet hield aan de aanwijzingen, die deze op de tochtjes in acht had te nemen. De reactie der anderen hierop getuigde van felle afkeuring.
Zo is een verlofregeling, gegrond op de noodzakelijke rust na langdurige zeer zware arbeid, uitgegroeid tot een belangrijk experiment voor het gevangeniswezen. De verloven buiten het gesticht doorgebracht versterken familiebanden en geven voor het eerst na lange jaren normaal echtelijk contact en werkten aldus er aan mede de terugkeer in de maatschappij te vergemakkelijken.
De vakantie in het verlofcentrum doorgebracht is uiteraard geen 100% vrijheid. Bij het maken van plannen is men afhankelijk van de goedkeuring van de leiders. Zij die te hoge verwachtingen hebben kunnen zich mogelijk nog teleurgesteld voelen. Voor anderen is het zoals een gevangene aan zijn vrouw schreef: XX
Opmerkelijk is, dat bij het eerste verlof de buitenwereld opnieuw wordt ontdekt. Er wordt gekeken naar winkels en prijzen. Er is een blijvende belangstelling voor dieren en kinderen. Traktaties, die voor onderweg werden meegenomen werden vaak aan kinderen uitgedeeld. Meermalen hadden verlofgangers het gevoel vrij burger te zijn. Een logboek, waarin de groepen hun ervaringen neerschrijven, vertelt ons van hun indrukken, het genotene, hun dankbaarheid en natuurlijk ook van hun wensen om het nog mooier te maken.

Een zeer moeilijke taak was voor de leiders der wandeltochten en excursies weggelegd. Op stap met gedetineerden met een strafrestant van enige jaren, moesten zij veel vertrouwen geven en toch waakzaamheid betrachten, zonder dat dit laatste gevoeld werd. Het zij tot hun lof gezegd, dat zij hierin volkomen geslaagd zijn.
Wellicht vindt Gij lezer, dat dit te dorre verslag U de indruk geeft van een toch maar povere vakantie en vraagt Gij: "Is dat nu alles?"
Het was in het begin, dat een der gedetineerden een verlofganger aansprak en vroeg: "Wat doen jullie nu zo al?"
Ja, na het prachtige bezoek gaan we nog een wandeling in het dorp maken.
En, de tweede dag?
Dan gaan we een wandeling maken over de Brunssummer hei.
En de derde dag?
Dan gaan we weer wandelen, maar nu verder en met een bus terug.
"Is dat nu alles?" vroeg de man, die nog niet aan verlof toe was.
En dan het antwoord, dat ik ook U op die vraag zou willen geven: "Och man, je snapt er niets van, je weet niet wat vakantie is".

Ook bij psychopaten voldoet open gesticht ondanks ontvluchtingen als overgangsfase

Chr.A. Arnoldus
Hoofddirecteur Strafgestichten Mijnstreek

Christiaan Abel Arnoldus, een man waar ik trots op ben
Gevangenissen in Den Bosch
1944 -1945,
verslag door C. Arnoldus.




Gedicht door onbekende
kampbewoner aan Chr. A. Arnoldus 1949.



Brief van het verzet aan de directeur 1944


Zinvolle Arbeid door C. Arnoldus



Fotoreeks